Guido Pennings

Ik ben sinds 1992 bezig met onderzoek op het vlak van de bioethiek en meer in het bijzonder rond medisch begeleide voortplanting en genetica. Dit is een domein dat voor een ethicus een oneindig aantal problemen oproept. Bovendien is het een domein in voortdurende ontwikkeling.

Vanaf het eerste ogenblik heb ik een pragmatische aanpak nagestreefd waarbij, naast meer fundamentele problemen, ook concrete problemen bij de toepassing van de medische technieken moesten worden opgelost. Vragen rond de anonimiteit van donoren, de mogelijkheid van betaling van eiceldonoren, het al dan niet inlichten van partners, beslissingen rond de bestemming van ingevroren embryo’s enz. zijn hiervan enkele voorbeelden.

Die benadering komt tot uiting in mijn nauwe samenwerking met de mensen uit de medische praktijk, in het bijzonder met het Centrum voor Infertiliteit van het UZ Gent en met het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het AZ VUB. Beide centra vormen een stap in mijn loopbaan: van 1992 tot 2003 was ik verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Vanaf 2003 ben ik professor ethiek en bioethiek aan de Universiteit Gent.

Ik geloof dat een oplossing voor problemen rond de toepassing van technieken voor medisch begeleide voortplanting moeten worden gedragen door alle betrokken partijen. Dit zijn zowel de aanvragers, de artsen, de kinderen als de samenleving (zeg maar de politici). Een consensus bereiken is hierbij niet het streefdoel. Het doel is een verbetering van de organisatie van de praktijk van de vruchtbaarheidsbehandelingen door voortdurende discussie met de mensen.

Hierin kan De Verdwaalde Ooievaar een belangrijke rol spelen: als stem, aanspreekpunt en informatieverstrekker voor de mensen die concreet met een vruchtbaarheidsprobleem worden geconfronteerd. Met het aanvaarden van een zitje in de adviesraad van deze organisatie wens ik ook niet alleen beter kennis te maken met deze speler in het debat maar ook bij te dragen tot een groei ervan.