Opiniestuk stamcelonderzoek

Door Liesbet Lauwereys, educatief medewerker, De Maakbare Mens vzw

Stamcelonderzoek is niet immoreel

Onderzoek naar embryonale stamcellen kan nieuwe behandelingen voor ziekten als diabetes, Parkinson en Alzheimer opleveren. Het onderzoek is evenwel heel controversieel. Wie gelooft dat het menselijk embryo al vanaf het eerste stadium een absolute morele waarde heeft, vindt embryonaal stamcelonderzoek moreel onaanvaardbaar en stelt het gelijk aan ‘het vernietigen van menselijk leven’. Voor JOHAN BRAECKMAN en ELINE COMER van De Maakbare Mens is embryonaal stamcelonderzoek wel degelijk ethisch gerechtvaardigd.

Wat zijn stamcellen ?

Stamcellen zijn lichaamscellen die zich nog in alle richtingen kunnen ontwikkelen. Ze hebben nog de ‘potentie’ om uit te groeien tot om het even welk soort gespecialiseerde cel, zoals spiercellen, zenuwcellen, levercellen, niercellen, kraakbeencellen, enzovoort. Elke bevruchte eicel bestaat na enkele dagen uit een klompje stamcellen. Naarmate het embryo zich ontwikkelt, specialiseren de stamcellen zich steeds verder totdat ze uiteindelijk hun definitieve celtype hebben gevormd. Bij de geboorte zijn de meeste stamcellen al geëvolueerd tot gespecialiseerde cellen. Toch bevinden er zich in het volwassen organisme ook nog stamcellen. Beenmergcellen zijn een voorbeeld van adulte stamcellen. Ze maken bloedcellen, maar ze blijken ook het vermogen te bezitten bloedvaten te maken. Leukemie wordt al dertig jaar behandeld met ‘beenmergtransplantatie’, wat neerkomt op de transfusie van stamcellen.

Embryonale stamcellen

Vanuit therapeutisch oogpunt zijn de meest beloftevolle stamcellen echter niet de adulte stamcellen, maar de embryonale. Adulte stamcellen kunnen maar tot een beperkt aantal celtypen uitgroeien. Vermoedelijk hebben embryonale stamcellen de potentie om in het laboratorium, als men de juiste groei- en differentiatiefactoren toevoegt, uit te groeien tot ieder gewenst celtype. Steeds meer onderzoekers willen embryonale stamcellen onderzoeken om aftakelende weefsels en organen een verjongingskuur te geven. In de toekomst hoopt men stamcellen te laten uitgroeien tot bijvoorbeeld insulineproducerende cellen. De bedoeling is om ze te transplanteren bij mensen met diabetes, bij wie de insulineproductie is verstoord. Ook parkinsonpatiënten hoopt men in de toekomst te kunnen behandelen door de transplantatie van dopamineproducerende stamcellen.

Therapeutisch kloneren

Embryonale stamcellen kunnen worden gewonnen uit overtallige embryo’s na in-vitrofertilisatie. Maar omdat het genetische profiel van deze stamcellen verschilt van die van de ontvanger, bestaat de kans op afstotingsreacties. Toekomstig onderzoek zal zich daarom concentreren op het creëren van embryo’s uit lichaamseigen cellen van patiënten. Men zal met andere woorden lichaamscellen kloneren, om embryo’s te maken waaruit men dan stamcellen kan isoleren. Men noemt die techniek therapeutisch kloneren. Het embryo wordt niet in de baarmoeder geplaatst, zoals bij reproductief kloneren het geval zou zijn, maar wordt gebruikt om ziekten te behandelen.

Morele status van het embryo

Embryonaal stamcelonderzoek houdt op dit moment in dat embryo’s vernietigd worden. Tegenstanders van stamcelonderzoek menen dat het immoreel is embryo’s aan te maken om ze daarna te vernietigen, ook al zijn de stamcellen die men verkrijgt misschien medisch-therapeutisch van bijzonder belang.

Het meningsverschil tussen voor- en tegenstanders van stamcelonderzoek concentreert zich op de vraag hoe men de morele status van een embryo kan inschatten.

Embryo, menselijke levensvorm

De meest radicale opvatting is dat men een embryo gelijkstelt aan een menselijke levensvorm, die een waarde heeft vergelijkbaar met die van een persoon die al ten volle ontwikkeld is. Men bepleit dan een absoluut verbod op het experimenteren op embryo’s, omdat die achteraf worden gedood en het doden van ‘een menselijke persoon’ immoreel is.

Wij zijn het eens met dit laatste, maar betwisten dat embryo’s reeds een waarde hebben die vergelijkbaar is met die van menselijke personen, met mensen die een bewustzijn hebben, in een sociale context zijn ingebed, een zekere vorm van autonomie bezitten, een ‘biografie’ hebben of aan het ontwikkelen zijn, enzovoort. Het is niet omdat uit een eikel een eik kan groeien, dat de eikel al een eik is.

Embryo, menselijk leven

Een minder radicale vorm van verzet tegen stamcelonderzoek identificeert embryo’s niet met personen, maar met het vagere ‘menselijk leven’. De Amerikaanse president, George Bush, is een fervent tegenstander van embryonaal stamcelonderzoek. Hij stelt het als volgt: ‘No human life should ever be destroyed for the benefit of another.’

Voor ons is het evident dat stamcellen een vorm van menselijk leven zijn, maar dan enkel in de biologische betekenis; ze zijn voortgekomen uit cellen die uit menselijke lichamen zijn gehaald. Maar kankercellen bijvoorbeeld, zijn in die zin ook een vorm van ‘menselijk leven’. Niemand zal evenwel ontkennen dat de destructie van kankercellen een goede zaak is, als daardoor het leven van een patiënt kan worden gered.

Zijn embryo’s personen ?

Bush, en vele van zijn Europese medestanders, hebben het wellicht niet over om het even welk soort cel dat een vorm van menselijk leven is, maar over die cellen die potentieel kunnen uitgroeien tot een menselijke persoon. Elk gezond embryo heeft, mits aan een hele reeks voorwaarden wordt voldaan, inderdaad de potentie om uit te groeien tot een menselijk persoon. Daaruit volgt evenwel niet dat embryo’s dezelfde beschermwaarde hebben als personen. Embryo’s hebben nog geen bewustzijn of gevoelens. Ze vernietigen kan dan ook niet op een of andere manier tegen hun belangen indruisen, want ze hebben geen belangen. De waarde van embryo’s is relatief en afhankelijk van de context.

De gezondheid van de patiënt is een waarde die door de patiënt zelf wordt ervaren. Niemand anders kan dit voor de patiënt invullen. De waarde van embryo’s daarentegen wordt door anderen aan embryo’s toegekend en niet door de embryo’s zelf ervaren. We kunnen dus de relatieve, toegekende waarde van een embryo vergelijken met de intrinsieke waarde van de gezondheid van de patiënt. Cruciaal daarbij is het gegeven dat de waarde van embryo’s varieert naargelang van de context.

Een embryo in de baarmoeder van een vrouw die dolgraag een kind wil, heeft een heel andere waarde dan een embryo dat door een IVF-procedure is aangemaakt, maar niet werd ingeplant. In het eerste geval zal het embryo maximaal worden beschermd, in het tweede geval wordt het embryo wellicht na verloop van tijd vernietigd. De embryo’s die via therapeutisch kloneren worden aangemaakt, zijn bijzonder waardevol, niet om er een baby te laten uit ontwikkelen, maar om potentieel de gezondheid van patiënten te bevorderen.

Niet-bevruchte eicellen

Sinds kort is bekend dat men ook stamcellen kan winnen uit niet-bevruchte eicellen. Interessant aan de ontdekking is dat de niet-bevruchte eicel zich gedurende enkele dagen blijft delen, tot ze in het stadium komt waarin er stamcellen uit onttrokken kunnen worden. Een dergelijke niet-bevruchte eicel is zeker ‘een vorm van menselijk leven’, maar heeft de cel daarom een onaantastbare waarde? Als tegenstanders van stamcelonderzoek die vraag bevestigend beantwoorden, kan men al evengoed beweren dat elke lichaamscel een absolute waarde heeft, wat ons absurd lijkt.

Het belangrijkste ethische argument van de tegenstanders van embryonaal stamcelonderzoek – ‘Een embryo is een vorm van menselijk leven en heeft daarom een absolute waarde die het onaantastbaar maakt’ – is niet houdbaar. Embryo’s zijn zeker vormen van menselijk leven, maar hun waarde is contextueel bepaald, en niet absoluut. Stamcelonderzoek is dan ook niet immoreel, maar veeleer een ethisch aanvaardbare vorm van wetenschappelijk onderzoek, met het oog op het verbeteren van het menselijk welzijn en het reduceren van leed.

De auteurs zijn respectievelijk docent wijsbegeerte aan de UGent en voorzitter van De Maakbare Mens vzw, en educatief medewerker van De Maakbare Mens vzw