Mythes over vruchtbaarheid

Je hebt ze waarschijnlijk al 100 keer gehoord, de goede adviezen en oneliners waarmee ‘goedbedoelers’ je om de oren slaan. Wij hebben ze even op een rijtje gezet en hopen dat we je een paar antwoorden kunnen geven voor als het weer eens zo ver is.
Als je regelmatig ongesteld wordt, kan je zeker zwanger worden
Je vruchtbaarheid kan verminderd zijn, zelfs zonder je menstruatiecyclus aan te tasten. Een maandelijkse bloeding garandeert geen eisprong. We hebben het hier dan nog niet over de mannelijke factor.
Mensen die adopteren worden nadien spontaan zwanger
Er is geen enkel onderzoek dat deze bewering ondersteunt. Wanneer een koppel met verminderde vruchtbaarheid kiest voor adoptie hebben zij evenveel kans op een spontane zwangerschap als een gelijkaardig koppel dat niet kiest voor adoptie en alle behandelingen stopzet.
Bij vruchtbaarheidsproblemen is het altijd de vrouw die de problemen veroorzaakt
Uiteraard klopt dit ook niet. Er zijn even veel gevallen van vrouwelijke als mannelijke vruchtbaarheidsproblemen en soms zijn beide gecombineerd. Bij 1/3 van de koppels is er bij man noch vrouw een aanwijsbare reden voor een probleem. Men spreekt dan over “onverklaarde” of “onbegrepen” onvruchtbaarheid.
Wanneer je pas na je 35ste een kinderwens hebt, begin je best onmiddellijk met vruchtbaarheidsbehandelingen
Klopt ook niet. Hoewel je vruchtbaarheid afneemt met je leeftijd wordt toch aangeraden dat een koppel eerst probeert de natuur zijn gang te laten gaan. Maar je mag natuurlijk je kop niet in het zand steken. Vanaf 35 jaar ga je best na zes à 12 maanden proberen langs de gynaecoloog.
Het zit allemaal tussen je oren
Dit is een vaak gehoorde opmerking. Je denkt er teveel aan, probeer het even van je af te zetten, als je het naast je neerlegt ben je zo zwanger…. Los van het feit dat vruchtbaarheidsproblemen bijna nooit een psychologische oorzaak hebben, is deze insinuatie zeer kwetsend. Het doet denken dat het koppel in kwestie zelf verantwoordelijk is voor het niet zwanger worden. Ook wanneer je het label “onbegrepen onvruchtbaar” opgeplakt krijgt, betekent dit niet dat het om een psychologisch probleem gaat.
Als je maar hard genoeg je best doet, dan lukt het wel.
Deze opmerking wordt meestal gevolgd door het verhaal van “de zus van de collega van de buurvrouw” die na 14 IVF pogingen toch zwanger werd. Toch goed dat ze nooit opgegeven heeft he! Hoewel de medische wetenschap ondertussen zeer ver staat in het begeleiden van medische voortplanting, kunnen de medische experts nog steeds niet iedereen helpen. 20% van de mensen die ooit aan een behandeling beginnen, zullen zonder geboorte van een kind eindigen. De hoeveelheid tijd, moeite en geld dat een koppel in de behandelingen steekt, staat los van de kansen op succes.
Als je al eens zwanger geweest bent, heb je geen vruchtbaarheidsprobleem
Secundaire onvruchtbaarheid (wanneer een tweede kindje niet lijkt te lukken) kan evenzeer met vruchtbaarheidsproblemen te maken hebben. Of er is bij 1 van beide partners een probleem opgedoken, of die eerste keer was de “1 kans op een miljoen”. Koppels die vruchtbaarheidsproblemen ervaren voor een tweede kindje gaan evenzeer door een diep dal.
Kinderloze koppels zijn nooit echt gelukkig
Niet in staat zijn om dat zo gewenste kind te krijgen, kan leiden tot verdriet, rouw, woede, wanhoop en zelfs een gevoel van persoonlijk falen. Het is normaal dat koppels met vruchtbaarheidsproblemen deze gevoelens ervaren. Onderzoek wijst echter uit dat het merendeel van de kinderloze koppels deze periode achter zich kan laten, dat ze hun initiële wens –een zwangerschap- kunnen loslaten. Sommige koppels kiezen om te adopteren, anderen blijven kinderloos. Maar in beide gevallen leren de meeste koppels dat er een leven bestaat na vruchtbaarheidsproblemen en dat dit ook verrijkend kan worden ingevuld.