Leven na een 'miskraam'

bron: ‘Goed Gevoel’ December 2007
Eén vrouw op vier heeft in haar leven een miskraam. Velen stuiten in hun omgeving op een muur van onbegrip. Men kan moeilijk begrijpen dat je zo intens kan rouwen om een persoon die nooit heeft bestaan. ‘Je bent nog jong, je kan nog kinderen krijgen’, ‘Het is de wil van de natuur’ of ‘Gelukkig dat je je kindje nog niet kende’ zijn vaak voorkomende reacties. Terwijl vele vrouwen er juist over willen praten en het willen verwerken. ‘Je mag je rot voelen na een miskraam. Het was tenslotte je kind, dat vergeet je niet zomaar.’

Kathleen (33), bediende ‘Mensen durven niet te vragen hoe het nu echt met me gaat’

‘In 2003 is onze zoon Lars geboren. In mei 2005 wisten we dat we weer zwanger waren. Heel vreemd, maar ik had geen hechte band met de baby, zoals in mijn eerste zwangerschap. Ik wist dat het een meisje was en voelde dat de baby dwars bleef liggen. Toen ik een mama en haar dochter in de supermarkt zag winkelen, kon ik me niet voorstellen dat ik over 20 jaar dit ook met mijn dochter zou doen. Ik was ‘anders zwanger’ vergeleken met m’n eerste zwangerschap. Ik voelde haar anders en minder. De dokter stelde me bij de controles telkens gerust. Maar na 7 maanden zwangerschap ging het mis. Op een avond moesten mijn man en ik naar een openingsreceptie. Tijdens de speech maakte de micro een heel schril en oorverdovend geluid. Op dat moment heb ik de baby de laatste keer bewust voelen stampen. De dagen erna besloop er mij een slecht gevoel. Ik voelde me niet zo goed, alles was te veel. Toen ik ‘s avonds een muziekje afspeelde voor mijn buik, voelde ik precies een lege, holle buik. Na een slechte nacht van haar proberen te voelen en haar proberen wakker te krijgen, ging ik ‘s morgens meteen naar het ziekenhuis. De dokter wist me geen goed nieuws te vertellen.
Hij kon alleen mijn hartritme horen, niet dat van de baby. Op de echo zag ik geen hartje meer bonken. Mijn eerste reflex was ‘Haal mijn kind eruit, red het!’ Daarna kwam het besef, het intense verdriet overviel ons.’

WIT KISTJE

‘De dokter vertelde me dat ik op de natuurlijke manier moest bevallen. Eventjes later werd ik ingeleid. Het verplegend personeel heeft het mij zo comfortabel mogelijk gemaakt, alles met de nodige sereniteit. Op 21 november 2005 om 23u werd onze dochter Inke geboren. Heel klein, maar compleet, mooi en af. Ik heb de bevalling bewust meegemaakt. Inke was in mijn buik in de knoop geraakt met de navelstreng, we konden het met onze eigen ogen zien. De vroedvrouw heeft Inke meteen na een eerste onderzoek op een serene manier in een doek gewikkeld en bij ons gelegd.
Twee uur hebben we haar toen bij ons gehad. We waren moe, versuft en emotioneel uitgeput. De dagen erna mochten we haar steeds bezoeken in het mortuarium van het ziekenhuis. Daar heb ik m’n zoontje uitgelegd dat ‘het popje’ (want zo vond hij het) zijn zusje was. Na twee dagen in het ziekenhuis kon ik naar huis. In de eerste week thuis heb ik veel geregeld: de engelenmis, suikerbonen, de administratieve zaken. De zaterdag erop is Inke begraven. Heel symbolisch in een wit kistje, terwijl de eerste sneeuwvlokjes neerdwarrelden. Tijdens de mis kregen we veel steun en had ik echt het gevoel ‘ons meisje Inke is hier’. In het ziekenhuis waren mijn ouders en andere familieleden meteen naar Inke komen kijken. Dat én de begrafenis én het grafje zijn een signaal voor mij dat ons meisje bij ons is, voor altijd. Ons zoontje kon het toen op 2,5 jarige leeftijd nog niet helemaal begrijpen, alhoewel hij goed weet dat hij een zusje heeft. Kennissen en vrienden weten niet goed hoe ze moeten reageren. Ze komen ook niet vaak meer
langs. Een goede vriendin van me is ons wel blijven opbellen om te praten, écht praten. Iets wat wij enorm appreciëren. Onze wereld stond stil, maar we moesten vooruit. Ik had een gezond kind dat me hard nodig had. Ik ben niet bij een therapeut geweest, maar surfte veel op het internet en leerde zo mensen kennen die hetzelfde hadden meegemaakt. Dat was een enorme opsteker. Er waren nog mensen die hetzelfde voelden en dachten. En het is niet meer dan menselijk om erover te praten en samen te treuren. Je mag je rot voelen na een miskraam of
doodgeboorte. Vaak krijg je reacties zoals ‘Het is nu al twee jaar geleden. Zet je er toch over’. Het ene moment gaat het goed, het andere niet. Dat is toch normaal? Als ik een zwangere vrouw in m’n omgeving zie, dan wringt er iets. Niet dat ik jaloers ben, maar wegens het verdriet en gemis om Inke en omdat mijn gezin niet als compleet aanvoelt. We hebben geprobeerd om opnieuw zwanger te worden maar zonder succes. Als m’n zoontje ziet dat ik verdrietig ben, dan zegt hij ‘Mama, jij mist Inke hé’. En geeft hij me een dikke knuffel. Een miskraam blijft echter taboe. Mensen praten er niet over uit schrik ons te doen huilen. Ze mijden ons, ze durven niet te vragen ‘Hoe gaat het nu echt met je?’ Mijn man ervaart het verdriet op een andere manier. Hij spreekt er minder over. We geven elkaar de ruimte om het verlies zelf te verwerken maar praten er ook samen over. We hebben het een plaats gegeven, maar ze mogen niet verwachten dat ik er zelfs over 10 jaar overheen ben. Dat nooit.

Hoe gaat het verder ?

September 2008: WE ZIJN ZWANGER !!! Na een lange weg van IUI en IVF zijn we eindelijk terug zwanger. Ons kindje is uitgerekend na de verjaardag van onze zoon. Hij is reuze fier en laat mama’s buik overal zien … Onze vrienden beginnen terug open te staan voor ons, we kunnen terug samen met hen lachen en praten. Bovendien kunnen we terug ons verhaal kwijt van Inke*. We voelden ons terug meedraaien op deze wereld !!!
1 januari 2009: normaal een ‘gewone’ dag van lekker eten, beste wensen, en voor ons … wensen voor een prachtige baby. Maar juist op die dag krijg ik bloedverlies. Op de spoeddienst kunnen ze de oorzaak niet echt achterhalen, maar ze stellen ons gerust. Tegen de avond terug bij de nieuwjaarsbrieven, begint er een zeurende pijn bij te komen. Na nachten slecht slapen, en nog steeds bloedverlies en opkomende pijn, word ik opgenomen in het ziekenhuis op 3 januari. Rust zou me deugd doen. Tja, na 3 uur wachten op een kamer op spoed, begint de pijn terug op te zetten. Ze proberen nog steeds de oorzaak te achterhalen. In m’n bloed zijn de infectiewaarden hoog, maar de oorsprong wordt niet gevonden. Staaltjes worden genomen, maar die blijken steriel te zijn. Een antibioticakuur wordt opgestart. Ik pols af en toe eens of dat die pijn geen weeën zijn en of ik misschien toch moet bevallen. Ik krijg alleen het antwoord dat ze niet weten wat er juist aan de hand is. Misschien een blaasontsteking, blinde darm ontsteking … ?
Op de nacht van 4-5 januari word ik wakker. Suf, maar ik kon de slaap niet hervatten. M’n buurvrouw hield me een beetje wakker. Dus vroeg ik een slaappilletje, wat ik kreeg. De pijn werd hels en ik kon het niet meer houden. M’n buurvrouw (helaas wakker gemaakt dus) komt m’n hand vasthouden. Iets wat ik niet snel vergeet.
Ik word naar het verloskwartier gebracht en daar vertellen ze dat ik 4 cm had. Vol ongeloof vraag ik ‘moet ik echt bevallen?’. Ik was volledig in mezelf getrokkken. Ik hoorde iedereen wel praten, maar was vooral met mezelf bezig. M’n man kon er niet tijdig zijn door de sneeuw, maar ik weet niet of ik hem zou opgemerkt hebben. Het ging echt niet goed met me op dat moment.
Een uur later, daar was hij dan, onze vechter, onze redder, onze Jelle* … Opnieuw moeten we van onze schat afscheid nemen. Zijn broer was zo fier dat het een voetballertje werd. We hebben in een beperkte intieme kring afscheid genomen van Jelle*. Het was mooi, een wit dekentje, kaarsjes … we wisten wat we wilden. We hebben onze vrienden opgebeld en expliciet gevraagd om ons niet te vergeten.
We zijn nu enkele maanden verder. Jelle* heeft ons terug onder de mensen gebracht en het gaat beter. Soms zijn er dagen dat het niet gaat, geloof me. Als koppel moeten we voor alles vechten, maar we komen er. Een infectie heeft onze Jelle* veel te vroeg op de wereld gezet. Ik was 20 weken ver, dus hij had geen kansen. Hij is gelukkig bij zijn zusje Inke* gezet zodat we één familieplekje hebben. Een plaatsje waar we tot rust komen. Ondertussen kennen we de oorzaak en kennen we dus onze vijand, die te behandelen is !!!
Na deze zomer starten we terug met behandelen. Ik kijk er naar uit en tegelijk maakt het me doodsbenauwd. Het is niet alleen een gevecht om zwanger te worden, maar ook een gevecht om 9 maanden goed door te komen, fysiek maar ook geestelijk. Deze keer doen we het wel met hulp van een psychologe, met heel wat doktersbegeleiding, met hulp van familie en vrienden. We moeten, want alleen kunnen we het niet meer.

HOE REAGEER JE HET BEST OP EEN MISKRAAM IN JE OMGEVING?

  • Vul niet zelf in wat het verlies betekent of hoe mensen zich na een miskraam moeten voelen. Vraag gemeend en met aandacht hoe het voelt.
  • Ga er niet vanuit dat het wel overgaat als men er niet meer over praat. Zwijg de miskraam niet dood, want dat maakt
    dubbel zo dood.
  • Het is normaal dat de vader er anders mee omgaat dan de moeder. Dat betekent niet dat het hem niets of minder doet.
  • Laat mensen erover praten als ze dit wensen. Luister zonder hen te onderbreken.
  • Geef geen goedbedoelde raadgevingen zoals ‘Je bent nog jong, je kan er nog krijgen’ of ‘ Het komt veel voor’. Luister naar het verhaal en gevoelens van de betrokkenen. Begin ook niet over anderen die het ook hebben meegemaakt. Betrokkenen willen een luisterend oor en geen hele reeks andere pijnlijke dingen te horen krijgen.
  • Het verdriet blijft altijd latent aanwezig, het kan de ouders heel veel plezier doen als jij hen een kaartje stuurt of even belt op de sterfdag of uitgerekende geboortedag van het verloren kindje. Ook na een paar jaar.

Immens zijn de kronkels van een levenspad
Norse en koppige herfstdagen overwinnen
Krachtige en speelse lentedagen tegemoet gaan
Elke dag opnieuw, samen met jou

Meer lezen:
‘Omgaan met een miskraam’, Bernard Spitz, Manu Keirse en Annemie Vandermeulen
‘Helpen bij verlies en verdriet’
‘Kinderen helpen bij verlies’
‘Stil verdriet’
Links:
Met lege handen, Zelfhulpgroep voor ouders van een overleden baby