ICSI of Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie

ICSI is eigenlijk het injecteren van de zaadcel in een eicel.
Deze techniek wordt in principe toegepast bij spermaproblemen , als onderdeel van een IVF behandeling.
In gevallen van ernstige afwijkingen van het spermabeeld biedt IVF dikwijls geen oplossing. Hoewel door de voorbereiding van het spermastaal bij IVF alleen de beste zaadcellen worden gebruikt, kunnen bij sommige mannen zelfs deze beste zaadcellen niet goed genoeg zijn om op “eigen kracht” doorheen de eischaal te raken. Ook wanneer er een ondermaatse bevruchting was van de eicellen in een vorige IVF-cyclus, lijkt het soms weinig zinvol verder te gaan met IVF. In deze gevallen kan ICSI dan een oplossing zijn.
Verschil tussen IVF en ICSI.
De ICSI behandeling is eigenlijk een IVF procedure waarbij extra handelingen in het laboratorium moeten worden verricht.
Het verschil zit namelijk in de manier van voorbereiden en samenvoegen van zaadcellen en eicel.
Procedure.
Voor de vrouw lijkt de gehele ICSI behandeling identiek aan de IVF procedure. Voor de man is soms de voorbereiding iets uitgebreider, aangezien er vaak vooraf een extra onderzoek noodzakelijk is. Afhankelijk van het resultaat van het aanvullend zaadonderzoek wordt er door het laboratorium geadviseerd om een “gewone” IVF behandeling uit te voeren of meteen een ICSI behandeling in te plannen. Daarnaast kan er soms een extra bloedonderzoek worden verricht voor erfelijkheidsonderzoek. Mannen met minder dan 1 miljoen (bewegende) zaadcellen per ejaculaat worden extra nagekeken op het voorkomen van erfelijke vruchtbaarheidsstoornissen op het y-chromosoom. Dit gebeurt omdat deze afwijking de vruchtbaarheidsstoornis kan veroorzaken en via ICSI ook weer doorgegeven kan worden aan mannelijke nakomelingen. Wordt er een afwijking gevonden, dan vindt eerst een gesprek plaats met een erfelijkheidsdeskundige. Soms moet een chirurgische procedure worden voorzien om zaadcellen in de blaas (bij sommige ejaculatiestoornissen), de bijbal (bij afwijkingen van de zaadstreng) of zelfs in de teelbal te gaan zoeken, wat bijzondere planning of bijkomend onderzoek kan vergen.
Bij de vrouw gebeurt hetzelfde als bij een “klassieke” IVF tot aan de punctie/eicelaspiratie. Maar omdat de spermacellen zelf niet in staat zijn de eicel(len) binnen te komen en/of te bevruchten (veel te weinig of niet voldoende beweeglijke of door misvorming niet functionele, maar meestal nog gezonde zaadcellen) worden nu in het laboratorium de eicellen extra voorbereid door de beschermcellen (cumulus) weg te wassen (denuderen), waarna ze onder de microscoop extra worden gecontroleerd op volledige uitrijping (maturiteit); onrijpe eicellen zijn voor ICSI niet bruikbaar, maar volledige uitrijping kan enkel met zekerheid worden gecontroleerd na denudatie; hetzelfde geldt in mindere mate voor eventuele niet-normaal ogende eicellen. Rijpe eicellen worden overgebracht naar de ICSI microscoop, samen met de voorbereide zaadcellen. Daar wordt zorgvuldig één geselecteerde spermacel rechtstreeks in elke eicel geïnjecteerd via een ultrafijne glazen injectienaald.
Het feitelijke injectieproces duurt minder dan 1 minuut.
Na de zaadcelinjectie moet het erfelijk materiaal in de kop van de zaadcel nog vrijkomen en zich vermengen met dat van de eicel. Als dat gebeurt, is er sprake van bevruchting.
Met andere woorden, de zaadcel injectie is een eerste stap in de (in dit geval geassisteerde) bevruchtingsproces, dat slechts beëindigd is wanneer er versmelting is van het erfelijk materiaal van man en vrouw. Dat is een voorwaarde voor een eerste stap naar een normale embryo-ontwikkeling.
Het resulterende embryo wordt dan – zoals bij IVF – in de baarmoeder geplaatst.
H2. Bijkomende behandelingen.
MESA en TESE
Bij sommige mannen kan het soms moeilijk zijn om voldoende goede zaadcellen af te zonderen voor de ICSI procedure uit een gewoon ejaculaat of spermastaal. Wanneer dit het geval is, bestaat de mogelijkheid toch voldoende zaadcellen te bekomen via chirurgische technieken zoals MESA (opzoeken van sperma uit de bijbal) of TESE (opzoeken van sperma uit de teelbal). De hopelijk gevonden zaadcellen kunnen dan enkel via ICSI worden gebruikt, eender hoeveel er worden gevonden of hoe beweeglijk ze ook zijn.
Electro-ejaculatie
Bij sommige vormen van erectie-en of ejaculatiestoornissen kan een electrische stimulatie van de prostaatregio wel leiden tot een zaadlozing, waarbij de bekomen zaadcellen zeer variabel zijn van kwaliteit.
Assisted hatching
De term “assisted hatching” verwijst naar een techniek waarbij het embryo een handje geholpen wordt om door de eischaal te breken. Meer hierover lees je hier
Wie komt voor ICSI in aanmerking?
Het voordeel van ICSI is dat er maar één geschikte zaadcel per eicel nodig is, waardoor deze methode een uitkomst blijkt te zijn voor koppels waarbij de zaadkwaliteit onvoldoende (minder dan 1 miljoen bewegende zaadcellen per ejaculaat) blijkt te zijn om een IVF procedure te starten.
Daarnaast wordt ICSI toegepast als bij een eerdere IVF procedure geen of nauwelijks bevruchting van de eicellen is opgetreden.
Garanties.
Een zaadcel injectie is dus geen garantie voor het verkrijgen van embryo’s. Na de zaadcel injectie verloopt de rest zoals bij de klassieke IVF-procedure:
op de tweede, derde of vijfde dag na de eicelpunctie gebeurt de terugplaatsing van het/de beste embryo(’s).
De gemiddelde kans op een resulterende zwangerschap ligt bij deze techniek rond 30%.
Risico’s.
In principe bestaan voor een ICSI behandeling dezelfde risico’s voor de vrouw als bij een ‘klassieke’ IVF-behandeling.
Omdat de behandeling minder lang (vroege jaren ’90) bestaat dan de IVF-behandeling (einde jaren ’70) zijn er minder gegevens bekend zijn over de middellange termijneffecten op het nageslacht. Aangezien er bij ICSI één zaadcel wordt geselecteerd, is er enkel op die stap geen sprake meer van natuurlijke selectie. Bij ICSI kiest men in principe een normaal uitziende zaadcel, maar of dit “de beste” is, valt niet te zeggen.
Op de juiste manier uitgevoerd lijkt de eicel verder geen nadelige effecten te ondervinden van het aanprikken.
Inmiddels zijn er wereldwijd al tienduizenden kinderen geboren na een ICSI behandeling. Op dit moment tonen de meeste onderzoeken aan dat ICSI-kinderen geen verhoogde kans hebben op een aangeboren afwijking dan op andere wijze verwekte kinderen.
Wel is er een geringe verhoogde kans (1%) op chromosoomafwijkingen bij het kind. Ook is er een kans (±3%) op de overdracht van afwijkingen die gebonden zijn aan het mannelijke geslachtschromosoom (Y-chromosoom) en die veelal de oorzaak van het vruchtbaarheidsprobleem zijn bij de man.
Ten aanzien van de verstandelijke ontwikkeling beschrijft één onderzoek bij ICSI-jongens een geringe achterstand op 1-jarige leeftijd en een recent en klein Nederlands onderzoek beschrijft een (miniem) verschil in IQ op de leeftijd tussen 6 en 8 tegenover spontaan verwekte leeftijdsgenootjes. Andere onderzoeken, oa uit Brussel (Jette), waar de techniek op punt werd gesteld, bevestigen deze bevindingen niet. Verder onderzoek naar ICSI kinderen zal meer informatie moeten opleveren. Vooralsnog is er overeenstemming dat de ontwikkelingen van ICSI nakomelingen vergelijkbaar is met die van IVF nakomelingen.
| Deze informatie is een basistekst die niet per definitie volledig is. Heb je inhoudelijke opmerkingen/bemerkingen/aanvullingen of wil je graag al dan niet anoniem je persoonlijke ervaringen ( zie ook deel je verhaal ) hieromtrent delen? Dit kan altijd door ons een mail te sturen |