Thema 2: Behandelen - Grenzen verleggen
Onze kapoen met twee grote blauwe kijkers.
Voor hij er kwam, gingen er tweeeënhalf jaar van proberen aan vooraf. Eerst op de gewone manier, en daar met ‘de hulp van’. Een koppel vertelt.
“De lichamelijk behandeling is zwaar. maar wij hadden het er mentaal vooral moeilijk mee. Je beleeft heel intense gevoelens van hoop tijden de behandeling, en je wereld stort een dag later in elkaar als je hoort dat de behandeling nog maar eens niet gelukt is. Je gaat aan jezelf twijfelen en gaat ongewild op zoek naar ‘een schuldige’. Dat kan je werk zijn, of je partner, of nog iets of iemand anders. Je moet ook door een hoop testen, onderzoeken en hormonenpreparaten.
Willen we wel graag genoeg een kind, om hierdoor te geraken, vroegen we ons af”, aldus het jonge koppel.
“Hoe mooi het ook is om een kindje te krijgen dankzij de hulp van een ziekenhuis, het is ook een confrontatie met een gemis. Zwanger worden, een kind maken, dat is het intiemste wat een man en een vrouw kan overkomen. Om precies dat moment bewust, op een onderzoekstafel, met de buitenwereld te moeten delen …;”
Succesverhalen
“Als die buitenwereld dan nog tot de ziekenhuiskamer beperkt bleef. Wanneer het op zwangerschappen aankomt, voelt de hele wereld zich betrokken. Daar komt bij dat koppels van onze leeftijd allemaal in de kinderen zitten. Je krijgt ongelooflijke succesverhalen te horen, van koppels waarbij het eerst niet en dan weer wel lukte. We moesten er ook vooral niet te veel mee bezig zijn, dan zou alles vanzelf gaan. Op een bepaald ogenblik leek het alsof iedereen super vruchtbaar was en dat wij het gemiddelde recht moesten trekken.”
Taboe
Ze zijn gemiddeld met één op zes, de koppels met een onvervulde kinderwens. “Het zijn er meer dan je zou vermoeden. Dat merk je, van zodra je erover durft te praten. Dat was wellicht nog één van onze grootste problemen: de schroom en het taboe dat er nog steeds heerst rond vruchtbaarheid en het zoeken van hulp om zwanger te geraken.
Hoe goed bedoeld ook, alle raadgevingen van vrienden en familie zijn confronterend. Maar de mensen zouden wat meer info moeten krijgen over hoe ze best omgaan met koppels die niet vanzelf zwanger geraken.
Aan luchtig bedoelde opmerkingen of grapjes als ‘jullie tijd komt nog’ of ‘moeten we het komen voordoen’ heb je geen boodschap.
Je voelt de klok elke dag tikken. Al is het niet makkelijk om juist te reageren dat beseffen we zelf ook wel. En ieder koppel zal er ongetwijfeld op zijn manier mee omgaan.”
Het Belang Van Limburg, 04/04/2009, herwerkt artikel naar aanleiding van de tweede editie ‘Dag van de Kinderwens’.