Gezocht voor kwalitatief onderzoek
Koppels die met behulp van zaadcel-/eicel-/embryodonatie hun gezin vormen
Counseling van koppels die beroep doen op donatie kan beter
Wanneer je je gezin moet vormen met hulp van een zaadcel-, eicel- of embryodonatie, sta je plots voor allerlei vragen: wat maakt je nu een ouder, welke betekenis geef je aan de biologische band en de opvoeding die je je kind wil geven, ga je je kind inlichten over de donatie of niet? Maar juist op het moment dat je met ingrijpende en moeilijke vragen zit, blijkt erover praten helemaal niet zo evident. Behandelingen met donormateriaal blijken nog steeds een maatschappelijk moeilijk bespreekbaar thema.
Wanneer je dan op zoek gaat naar goede informatie, lijkt ook dit niet eenvoudig te zijn. Wetenschappelijk onderzoek over de psychologische impact is nog steeds beperkt. Daarbij verschillen landen in wetgeving (vb. al dan niet anonieme donatie, mate van informatie die beschikbaar is van de donor, etc. ), vind je tegengestelde adviezen (vb. wel of niet vertellen aan het kind) en hebben landen verschillende waarden en normen. Daarbij kan je eigen sociale omgeving, cultuur of geloof verschillend zijn van hetgeen je leest. Ook hulpverleners zitten met dezelfde moeilijkheid: onvoldoende wetenschappelijk informatie, die bovendien niet altijd aangepast is aan onze samenleving met zijn huidige wetgeving en cultuur betreffende donatie.
Daarnaast is de literatuur rond communicatie over donorconceptie erg opgesplitst tussen ‘wel of niet vertellen’. Voor sommige koppels is de beslissing om er wel of niet open over te zijn heel duidelijk van bij het begin. Voor anderen is die beslissing niet zo eenvoudig of verandert hun mening doorheen de tijd. Soms willen koppels het wel vertellen aan hun kind, maar voelen ze zich er emotioneel niet klaar voor en stellen ze het moment waarop ze het willen vertellen uit. Andere koppels merken dat, hoewel ze het eens waren over de donorconceptie, ze het daarentegen niet eens zijn over het onderwerp ‘het vertellen’, bv. Wat aan wie wel of niet vertellen en op welk moment. In het dagdagelijkse leven doen er zich echter veel meer variaties voor dan enkel ‘vertellen – niet vertellen’.
Doel van de studie
Met deze studie willen we die variatie in beeld brengen om zo counseling te kunnen verfijnen op een wetenschappelijke onderbouwde manier. We willen koppels helpen met meer kennis en vertrouwen een antwoord te vinden op hun vragen, zodat ze zich sterker kunnen voelen in hun keuze van gezinsvorming.
Wie kan deelnemen?
Heb je interesse om mee te werken aan dit onderzoek? Als je onlangs begonnen bent met een fertiliteitsbehandeling met donormateriaal of als je 8 tot 16 jaar geleden beroep deed op een donor, kom je in aanmerking.
Meer info?
Heb je nog bijkomende vragen? Bel geheel vrijblijvend naar Astrid Indekeu op het nummer 016/33.29.22 of mail.
Over de onderzoeker
Astrid Indekeu is geboren in 1974. Ze studeerde in 1998 af als licentiate Klinische Psychologie (KUL) en in 2008 als licentiate in de Familiale en Seksuologische Wetenschappen (KUL). Ze heeft 10 jaar klinische ervaring als psychologe/seksuologe op medische afdelingen van ziekenhuizen. Het zien en ervaren van vragen van koppels, waarop ze hen onvoldoende een antwoord kan geven, doet haar op zoek gaan. Sinds eind 2009 werkt Astrid Indekeu aan een doctoraatsproject onder Prof. P. Rober (Context, centrum voor relatie-, gezins-, en sekstherapie van de KUL) en Prof. D’Hooghe (UZLeuven ) rond vruchtbaarheidsbehandelingen met donormateriaal.