Een droom die in duigen valt

Engelen zijn het die al ten hemel opstegen nog voor ze volgroeid waren. Voor hun moeders is het een verdriet dat in hun hart gegraveerd staat, maar dat ook moeilijk is om te delen.

‘Zesde wonder in ons hart, tweede wonder in onze armen.’ De drie maanden jonge Erin is dat zesde wonder in de harten van Ilse Degerickx en haar echtgenoot. Broertje Nolan is vier jaar. Zes keer is Ilse zwanger geweest. Vier keer ging het mis. Twee van die veel te vroeg geboren kinderen kregen ook een naam.

‘De eerste keer stierf ons kindje vanzelf na zes weken zwangerschap. Ik heb het drie maanden gedragen. Toen kreeg ik pillen om het te laten afkomen. Ik ben het in het toilet verloren. We waren geschrokken en triest. Maar het verlies bleef redelijk abstract. En de vierde keer liep het zo snel fout dat ik nog geen band voelde.’

‘Met Sterre ging het helemaal anders. De prenatale tests toonden aan dat hij het syndroom van Down had. Wij hebben besloten om hem niet geboren te laten worden. Dat was de zwaarste beslissing uit ons leven, een waar we nog altijd mee worstelen. Omdat de zwaarte van de handicap niet te voorspellen valt. Sterre zou een leven gehad hebben dat we niet voor hem gewild hebben. Dat klinkt hard, maar ik kan het niet anders formuleren. Toch was hij zeer gewenst. Ik vind dat heel complex. Ik weet nog altijd niet of het een goede beslissing was.’

‘Mensen die ons een hart onder de riem willen steken, noemen het een moedige keuze. Maar moedig voelde het niet. Ik was bang. Bang voor hoe hij zou zijn, voor wat hij allemaal zou moeten meemaken, voor wat er met hem zou gebeuren als wij er niet meer zijn. Ik weet niet of je met zoiets in het reine kunt komen. Ik heb voor God gespeeld. Wie ben ik om dat te doen? Ik heb mijn eigen geweten gevolgd, maar ik mis hem nog elke dag.’

‘We hebben geen afscheidsceremonie gehouden. Hij was nog zo heel klein. Maar echt wel helemaal ons kindje. Hij lag in een kistje dat we zorgvuldig klaargemaakt hadden, in een dekentje dat ik gemaakt had van een oude trui van mij. De sociale dienst van het ziekenhuis had ons daar goed bij geholpen. Dat was allemaal mooi geregeld.’

Foutje

‘Maar in het crematorium ging het mis. Wij kwamen afscheid van Sterre nemen, maar dat kon niet meer. “Er is een foutje gebeurd. Uw foetus” – zo zeiden ze dat – “is al gecremeerd”. We waren geschokt. Fouten maken is menselijk. Maar de manier waarop ze ermee omgingen, was dat niet. We kregen de urne samen met de factuur in onze handen gestopt en dat was het dan! Ik heb een klachtenbrief geschreven. De directeur heeft mij toen gecontacteerd, maar hij ging voorbij aan de kern van de zaak. Hij zei dat ze lessen hadden getrokken. Afscheid nemen van een kistje in het crematorium, zonder dat er een plechtigheid wordt vastgelegd, zou niet meer kunnen. Ik hoop dat anderen na ons met meer tact en respect behandeld zijn.’

Kort daarna was Ilse weer zwanger en deze keer kreeg ze geen keus: Lune had alle chromosomen driemaal. Ze stierf na negen weken zwangerschap. Ilse slikte pillen waardoor haar dochtertje werd afgedreven. ‘Ik heb haar opgevangen in een vergiet boven het toilet. Ik wilde haar echt niet kwijt zoals de eerste keer.’

‘De vroedvrouw had me gewaarschuwd dat ze er als een heus mensje zou uitzien. Drie centimeter was ze nog maar, van haar kruin tot aan haar bips. Vuistjes aan de mond. Een minibaby. Ze zat in een ballonnetje. Zo hebben we haar voorzichtig naar mijn gynaecologe gebracht. Vandaar ging het naar het lab voor genetisch onderzoek. Eerst kregen we te horen dat we haar niet zouden terugkrijgen. Ik ben daar eventjes assertief moeten zijn, maar we hebben haar teruggekregen. In een petrischaaltje, helemaal gaaf. Ze ligt begraven onder een boom in onze tuin. Ook weer in een kistje met een dekentje van die oude trui.’

‘We hebben eerst nog rondgereden in de buurt om een betere begraafplaats te vinden. Want wat als we hier ooit weggaan? Maar we hebben niets beters gevonden. Uiteindelijk zijn we blij dat we haar zo dicht bij ons hebben. Net als Sterre. Zijn as zit in een doosje bij ons thuis.’

Kaartje

‘Om ons verdriet concreter te maken hebben we bij de uitgerekende geboortedatum van Sterre, in december 2009, een herinneringskaartje rondgestuurd. Het was geen hoerakaartje. Zijn sterfdatum stond erop, zijn naam, zijn voet- en handafdrukje, en een tekst. Honderd kaartjes hebben we verstuurd.’

‘Ik schat dat we aanvankelijk niet meer dan twintig reacties hebben gekregen. Die honderd mensen stonden daar twee jaar eerder wel allemaal met een cadeau voor Nolan. Ik wilde hier geen cadeaus, maar een simpele reactie moet toch kunnen? Familieleden wensten mij gewoon een zalige kerst en een gelukkig nieuwjaar. Jee, ik was al blij geweest als ze me alleen maar “veel sterkte” hadden toegewenst!’

‘Mijn man kon dat beter loskoppelen. Voor mij voelde het alsof ik binnenkwam met een maxi-cosi en niemand kwam kijken naar het kind dat erin lag. Je verdriet is onzichtbaar. Een hoop mensen vindt het waarschijnlijk geflipt dat wij die twee kinderen een naam hebben gegeven. Ik ben en was daar niet door geobsedeerd, ik treurde niet voortdurend, maar ik wil het me toch ook niet laten ontglippen.’

‘Rationeel begrijp ik dat ze voor hen niet bestaan hebben. Maar voor ons bestonden ze natuurlijk wel. Het hangt helemaal van jezelf af of je over een kind spreekt of niet. Ouders moeten daar de vrije keuze in hebben. De samenleving moet dat niet verhinderen.’

Langste bevalling

Kate Vercaeren (36) is nog net geen jaar aan het rouwen. Op 30 november vorig jaar werd haar derde dochtertje Elien geboren, na een ingeleide natuurlijke bevalling. Ze had negentien weken in de baarmoeder geleefd en was daar ook vanzelf gestorven. De navelstreng zat driemaal rond haar nekje gedraaid. Geen afwijking, gewoon pech. Ze was 22 cm en woog 220 gram.

Op een dag toen Kate op controle ging, kreeg ze te horen dat er op de echo geen hartslag meer te zien was. ‘Ze vroegen of ik meteen bleef voor de bevalling, maar ik ben eerst terug naar huis gegaan om het mijn man en de kinderen te vertellen.’

Een dag later ging ze aan het infuus, voor haar langste bevalling ooit. ‘Een kindje dat niet meer leeft, werkt niet mee, dus je moet het helemaal op eigen kracht doen.’ Haar man ondersteunde haar, maar verkoos het kindje niet te zien. Kate zelf was er een beetje bang voor, maar haar moederinstinct overwon die angst. ‘Ze had echt alles: handjes, voetjes, alles wat een baby’tje moet hebben. Ze was al helemaal af. Ik heb haar een halfuurtje bij mij gehad en dat beeld staat voor altijd in mij gebrand. Dat wil ik nooit meer kwijt. Ik heb toen ook tegen mijn man gezegd: ik wil haar een naam geven. Hij ging meteen akkoord.’

Elien werd begraven op de Sterretjesheuvel van Duffel. Kate en haar man mochten er zelfs een steentje met haar naam laten aanbrengen. Ze hielden er een kleine ceremonie met de naaste familie. ‘Dat was erg belangrijk voor mij. Want ik had maar één grote vrees: dat ze ergens als “medisch afval” gedumpt zou worden. Het ziekenhuis heeft mij ervan verzekerd dat dat niet meer gebeurt: ook kindjes van ouders die er niet om vragen, worden op de Sterretjesheuvel begraven.’

Jammer vindt ze het dat de gemeente Keerbergen, waar ze woont, niet zo’n weide of heuvel heeft. ‘Ik zou er vaker naartoe kunnen. Ook jammer dat Elien niet kon worden aangegeven en dus officieel niet bestaat. De grens daarvoor ligt nu op 180 dagen zwangerschap. Van mij mag die omlaag.’

Dromen

Bevallingsverlof is nog zo een van die rechten waarop een moeder in dit geval geen aanspraak kan maken. Kate ging na twee weken weer aan de slag. ‘Misschien had ik dat beter niet zo snel gedaan. Fysiek was ik helemaal uitgeput door die lange bevalling, en ook geestelijk woog het zwaar. Je kunt er bovendien niet met iedereen over praten. Sommige mensen begrijpen niet dat je daar zo’n verdriet om voelt. Of ze durven er niet over te beginnen.’

‘In maart heb ik mijn klop gekregen. Ik begon vaak te hyperventileren. Ik werd een keer plotseling duizelig achter het stuur. Het ging even erg moeilijk. Gesprekken met een psychologe en met mijn zus, die kinesiste is en die mij ademhalingsoefeningen heeft geleerd, hebben mij erdoor geholpen. In die periode heb ik besloten dat ik een geboortekaartje voor Elien wilde maken. Ik heb ook geboortesuiker uitgezocht. Voor mij is zij toch net als een andere baby die je zou verliezen. Dat is helemaal hetzelfde. Je hebt ze weken in je buik gedragen, je hebt ze ook in je handen gehad… Mijn hele verwachting viel in duigen, al die dromen over wie ze zou geworden zijn.’

Dochters Hannelore en Margo maken graag tekeningen en knutselwerkjes voor het zusje dat ze nooit gezien hebben. Zelf heeft ze de weg gevonden naar de vzw Met Lege Handen. Op het gesloten webforum van die vzw liet ze haar verhaal achter: ‘Het is al achtduizend keer aangeklikt.’ Ook heeft ze besloten zich te engageren, door mee activiteiten te organiseren. ‘En straks ga ik een opleiding volgen om een praatgroep te leiden. Ik had nooit kunnen denken dat ik deze weg zou inslaan.’

Geboortebos

Ilse en haar gezin mochten zopas een boom planten voor Lune, in het Gentse geboortebos. Elk jaar in de herfst worden ouders van kinderen die in het vorige kalenderjaar geboren zijn, daartoe uitgenodigd. Vorig jaar, na een paar extra telefoontjes, kreeg Ilse het voor elkaar dat ze ook een boom mochten planten voor Sterre. ‘Het is hard om daar te staan tussen al die ouders met hun gezonde baby’s, maar ik wilde het toch heel graag’, zegt ze. ‘En in 2012 ga ik eindelijk ook een boom mogen aanplanten met een baby in mijn armen, want dan zal het een boom voor Erin zijn.’

Het meisje werd geboren op 13 juli 2011. ‘Het waren de langste negen maanden uit mijn leven’, zegt Ilse. ‘De zwangerschap werd heel nauw opgevolgd. Toch leefden we tot aan de geboorte in de grootste onzekerheid. Zelfs daarna en ook nu nog kan ik naar haar kijken en me afvragen: staan haar oogjes niet te schuin? Zou ze toch niet…? Er is die voortdurende angst om haar alsnog kwijt te geraken: ademt ze nog? Ik ben het per slot meer gewend om kindjes af te geven, dan om ze te mogen houden.’

‘Die angst moet slijten, maar het went. Elke dag een beetje meer. We genieten ook heel erg van haar en zijn supergelukkig. En Nolan, die is ook blij. “Jullie waren triest, he?”, vroeg hij onlangs toen we de boom voor Lune gingen planten. Dat wist hij nog. Op de vraag of hij ook triest was geweest, antwoordde hij laconiek: “Ik? Welnee, ik kende die toch niet”.’

De zelfhulpgroep Met Lege Handen houdt een herinneringsviering op 12 december om 18 u. in Leuven.

www.metlegehanden.be

19 november 2011: Zorgpaden bij prenatale screening: studiedag en informatie. Lees hier meer.
bron: De Standaard: 29/10/2011