Secundaire infertiliteit

Secundaire infertiliteit

Vruchtbaarheidsproblemen komen niet alleen voor bij koppels met een nog onvervulde kinderwens. Ook koppels die al één of meerdere kinderen hebben, lukt het soms niet om een kindje te krijgen of een zwangerschap uit te dragen. Deze zogenaamde secundaire infertiliteit komt zelfs meer voor dan primaire, alleen al vanwege het feit dat beide partners intussen ouder zijn (vooral voor de vrouw is dit een negatieve factor). Ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals ziekte, medicatiegebruik, gewichtstoename, etc.
Ook al zijn onderzoeken en behandelingen in principe hetzelfde, de emotionele verwerking van secundaire infertiliteit is dat zeker niet. Vandaar dat De Verdwaalde Ooievaar hier graag specifieke aandacht aan wil schenken.

Oud zeer op de loer

Wanneer je opnieuw met vruchtbaarheidsproblemen te maken krijgt, liggen ‘oude’ gevoelens op de loer. Pijn, frustratie en wanhoop zitten nog vers in het (emotionele) geheugen en het is dan ook extra moeilijk om te vertrouwen dat het wel goed zal komen. Sommige koppels zien zelfs bewust af van behandelingen, ondanks een sterk verlangen naar een tweede kind, omdat ze de medische mallemolen en de emotionele rollercoaster die daarbij hoort, niet nog een keer willen doormaken.

Zij die de confrontatie toch aangaan, gaan vaak lastige tijden tegemoet. Het is de eerste keer gelukt, maar waarom lukt het niet opnieuw? Dit gevoel kan extra sterk aanwezig zijn wanneer je voor de tweede keer verminderd vruchtbaar blijkt te zijn. Je weet dat je ondanks alle moeilijkheden in staat bent om zwanger te worden en een zwangerschap te voldragen, maar ook deze keer gebeurt het maar niet. Het is dan ook niet vreemd dat je je neerslachtig voelt ten gevolge van je verminderde vruchtbaarheid. Jij en je partner willen niet één kind, maar een heel gezin met het aantal kinderen dat je daarbij altijd gedroomd hebt. Natuurlijk ben je dankbaar dat je een kind hebt, maar je wil er graag eentje meer. Gevoelens van verlies, woede, frustratie, neerslachtigheid en angst horen daarbij en zijn gerechtvaardigd.

De omgeving reageert niet altijd even begripvol als je zou wensen. Vrienden en familieleden hebben soms een onterecht zwart-wit beeld over vruchtbaarheidsproblemen en denken ofwel dat je wél kinderen kan krijgen, ofwel niet. Of ze veronderstellen dat het krijgen van een tweede veel gemakkelijker zal zijn, of dat het traject minder emotioneel en zwaar is. “Als je er gewoon minder aan zou denken, zal je wel zwanger worden.” Of “je hebt toch al een kindje, je moet tevreden zijn met wat je hebt.” Zelfs als ze weten dat je eerste kind er na behandeling gekomen is, denken ze dat een tweede er wel zal komen als en wanneer jij dat wil.

Naast het onbegrip vanuit de nabije omgeving, voelen de meeste mensen met secundaire infertiliteit zich ook niet langer thuis bij koppels met primaire vruchtbaarheidsproblemen. Problemen om zwanger te worden van een tweede, laat staan een derde kindje lijken in hun ogen minderwaardig aan hun verlangen naar één gezond kind. En toch ervaren vrouwen met secundaire infertiliteit evenveel gevoelens van depressie en angst als vrouwen met primaire infertiliteit – ook al kennen ze het geluk van het hebben van een kind. Bovenop de gekende standaardmoeilijkheden rondom vruchtbaarheidsproblemen zien ze zich geconfronteerd met een heel scala aan nieuwe uitdagingen.

Extra emotionele belasting

Voor mensen die opnieuw te maken krijgen met vruchtbaarheidsproblemen, is het in het dagelijks leven bijna onmogelijk om lastige situaties te vermijden. Wanneer je nog geen kinderen hebt, kan je ervoor kiezen om alles dat met kinderen te maken heeft, zoveel mogelijk te ontlopen. Aan de schoolpoort, in de speeltuin of bij verjaardagsfeestjes is de confrontatie met zwangere vrouwen en moeders-van-grote-gezinnen echter onvermijdelijk.

De meeste ouders hebben zich een ideaalbeeld gevormd over het in hun ogen perfecte leeftijdsverschil tussen de kinderen. Een dergelijke verwachting geeft een grote tijdsdruk, wanneer je bij elke maand die voorbijgaat het leeftijdsverschil ziet oplopen. Het wordt nog lastiger wanneer oudere kinderen zelf vragen beginnen te stellen. Bij klasgenootjes worden wel baby’s geboren, waarom niet bij hen thuis? Wat te antwoorden als jullie kindje ’s nachts huilend wakker wordt en naar een broertje of zusje vraagt?

Bedenk samen met je partner wat je aan jullie kind wilt vertellen, rekening houdend met de leeftijd, zijn persoonlijkheid en nieuwsgierigheid. Sommige ouders beslissen om niets te vertellen, en anderen vertellen alles en laten hun kinderen het hele proces mee volgen. Weer anderen vertellen hun kind enkel dat ze haar graag een broertje of een zusje zouden geven en dat ze daarom naar een speciale dokter gaan die hen zal helpen. Het hangt allemaal af van de situatie: van jou, van het kind, en van de mate waarin iedereen het aangenaam blijft vinden om open te zijn.

Eén van de dingen die vrouwen met secundaire infertiliteit het meeste bezig houdt, is de wens dat hun kind hen niet ziet huilen. Hiermee leggen ze de lat erg hoog voor zichzelf, want wat doe je wanneer je menstruatie doorbreekt of wanneer de dokter belt met slecht nieuws, terwijl je net een blokkentoren aan het bouwen bent of aan het helpen met het huiswerk? Het slechte nieuws opkroppen omdat je kind in jouw buurt is, lukt zelden helemaal want kinderen hebben bij uitstek een antenne voor de (onuitgesproken) emoties van hun ouders. Een tip om te proberen jezelf in de hand te houden voor de ogen van je kind, is om de volgende korte ontspanningsoefening te doen: tien keer diep in- en uitademen, waarbij je elke ademhaling vier tellen vasthoudt. Dit geeft je juist genoeg tijd om je kind voor de televisie te installeren, een favoriete dvd aan te zetten, en naar de badkamer te rennen om in alle privacy te huilen. Praten met je partner of je gevoelens neerschrijven in een dagboek of weblog, helpen je om de frustratie en spanning rondom de maandelijkse teleurstellingen enigszins dragelijk te houden.
Daarnaast is het erg belangrijk om elke dag wat tijd opzij te zetten voor persoonlijke ontspanning. De emotionele last van de vruchtbaarheidsproblemen is beter hanteerbaar wanneer je goed voor jezelf zorgt. Probeer je partner, ouders of vrienden aan te spreken om even voor je kind te zorgen. Je kan ook proberen tijd met andere ouders te ruilen: jij let een uurtje op hun kind, daarna letten zij op het jouwe. Lukt dit niet, probeer dan bijvoorbeeld iedere dag een wandeling te plannen, terwijl je kind (hopelijk) even slaapt in de kinderwagen. Of maak tijd voor jezelf tijdens het middagdutje van je kind, of wanneer het ’s avonds in bed ligt. Aanvaard dat je huis er hierdoor niet zo netjes bijligt als je eigenlijk zou willen. Ontspanning en zorgen voor jezelf is in deze fase belangrijker dan een gepoetst huis.

Er zijn ook de nodige praktische problemen rondom vruchtbaarheidsbehandelingen bij secundaire onvruchtbaarheid. Wat te doen wanneer je bijna dagelijks naar het ziekenhuis moet voor echo’s en bloedafname? Je kindje meenemen naar een wachtzaal vol vrouwen-zonder-kind? Met een peuter op de arm bloed laten prikken? Last-minute opvang regelen bij grootouders, die soms niet op de hoogte zijn van jullie vruchtbaarheidsproblemen? Daarbij is het niet ondenkbaar dat financiële overwegingen een rol spelen in de keuze om al dan niet langdurig te proberen om opnieuw zwanger te worden. Wanneer de verzekering geen behandelingen meer dekt, kan het moeilijk zijn om geld uit te geven aan een tweede kindje dat er nog niet is, in plaats van aan het kind dat er wel is.

Enfants uniques

Sommige koppels die gekampt hebben met secundaire vruchtbaarheidsproblemen bekennen dat ze achteraf het gevoel hebben de mooie kinderjaren van hun eerste kind gemist te hebben omdat ze zo gefocust waren op een nieuwe zwangerschap. Er zijn vrouwen die al beginnen te piekeren over een tweede zwangerschap vanaf het moment dat ze na een lange lijdensweg voor de eerste keer zwanger zijn. Soms stoppen ze vroegtijdig met borstvoeding om zo snel mogelijk een nieuwe IVF-behandeling te kunnen starten. Het is echter raadzaam om het verlangen naar een volgend kind niet ten koste te laten gaan van het eerste. Wie te hard denkt aan een volgende zwangerschap vergeet soms te genieten van de baby of het kind dat al in je leven is.

Tot slot kan het heel verhelderend werken om je te informeren over kinderen die als enig kind binnen een gezin opgroeien. In onze cultuur zijn nogal wat overtuigde tegenstanders van één kind alleen. Klopt dit wel? Onderzoek naar enige kinderen wijst uit dat, ondanks het stereotype, enige kinderen geen egoïstische, egocentrische, neurotische mensen zijn. Eigenlijk zeggen studies dat enige kinderen het heel goed doen. Ze zijn goed aangepast, doelgericht en op hun gemak in het gezelschap van volwassenen. In Frankrijk worden enige kinderen dan ook ‘enfants uniques’ genoemd. Het is misschien iets om in gedachten te houden op de momenten dat de druk om opnieuw zwanger te worden te groot dreigt te worden.

Deze tekst is een vrije bewerking van het boek “Conquering Infertility” van Alice Domar