Vissersmaatjes

Wij, Jacqueline en William, wij zijn een gelukkig echtpaar. We hebben geen kinderen. Door de natuur niet goed begrepen. Altijd zijn de kinderen van vrienden hier welkom geweest. Ze kwamen ook graag. We verwenden ze en vertroetelden ze. Ze kregen wat echte liefde. En ons ouderinstinct was er koesterend aanwezig.
Weet je wat vissen is ? Ik, Jacqueline, ging wel eens netten (fuiken) zetten. Ik ging de golven tegemoet met onze fuik en ons hondje. Als het water te hoog stond of er waren putten in de boden : de hond werkte zwemmend mee. Door eb en vloed kwam het wel voor dat er gevaarlijke plekken waren in de Westerschelde in Nederland …
Ik werd één met de natuur. De grillige regen en de zon op de waterlijn : enorm en grandioos. En dan die meeuwen rondom mij. Gekrijs en buitelende lijnen. Prachtig gewoon. De natuur doorzinderde mijn lichaam. En toch heeft mijn lichaam nooit een kind mogen dragen …
Tijdens de vakantie kwamen er kinderen op verlof. Graag stapten die mee naar het mysterieuze water en de armen zwaaiden van pret en de haren wapperden in de wind.
Op een dag ging Sven, een zevenjarige jongen, mee met mij. Hij hield enorm van het water en de vissen. De meeste vissen gooiden we dan ook terug in het water. Dag na dag trokken we er op uit. En toen was er die vervelende dag : de dag dat de moeders bloemen krijgen. Voor mij een vreselijke dag. Dag die niet snel genoeg voorbij kon zijn. Ik zag de kinderen van school komen en die hadden tekeningen bij voor moeder. Moeders mogen ook eens verwend worden ! Maar ik, helaas …
Die dag was Sven op vakantie gekomen. Ik was niet weinig fier even een moeder te mogen zijn ! Ook al had ik nooit het gevoel gehad wat het betekent moeder te zijn. Ik voelde me niet zo goed in mijn vel. Overal zag je mensen met bloemen. En winkels met de boodschap : ‘viert moeder’. Alleen dat zien van al die weelde : het was telkens weer slikken voor mij. Nu ik mijn verhaal schrijf overkomt me dat ook weer. Samen met mijn echtgenoot laten we onze gevoelens maar de vrije loop. Ik denk wel dat jullie dat begrijpen !
Het was weer moederdag. Zonnig weer. Sven kwam er aan en groette gewoon met een goeie morgen en een kus op mijn wang. Spontaan. Meer zei hij niet. Toch : hij vroeg om even te mogen telefoneren naar zijn moeder. Ik dacht : die zal zijn moeder een gelukkige moederdag wensen en ik val er naast. Ik ben zijn moeder ook niet. Wij waren goede vrienden.
In de voormiddag trokken we naar het water. Mijn echtgenoot en ik en Sven. En ook de hond was mee. Voor Sven ook een goede speelkameraad. De lucht was heerlijk. De zandkorrels onder onze voeten en de sporen die we maakten zouden wel verdwijnen onder het water. Op dat moment was de natuur voor mij helemaal anders. Ook de meeuwen waren niet zoals op andere dagen. En Sven had niet eens mij een gelukkige moederdag gewenst. Ik voelde me heel onzeker. Ik durfde hem niet te vragen of hij soms iets vergeten was. Hij was amper zeven jaar …
Thuisgekomen namen we ons middagmaal. En toen : plots, geheel onverwacht, bezoek. De ouders van Sven. Sven holde naar hen toe en omhelsde zijn moeder. Ik stond er verstijfd naar te kijken. Ik had een krop in mijn keel. Ik wist niet wat er gaande was. En zo onverwacht. Het werd wel duidelijk : Sven had ’s morgens zijn ouders opgebeld met de vraag of ze konden komen. En dat ze wel eens iets mochten meebrengen voor mij. Hij had zelf iets besteld bij de bakker in de buurt !
Zo fier als het kan ging Sven naar de auto. Hij haalde er een doos uit en bracht die naar mij. Zijn oogjes spraken boekdelen. Mijn hart ging onstuimig te keer en een onbeschrijfelijk gevoel overmande mij. Een jongen van zeven bracht voor de éérste keer in mijn leven een geschenk. Een taart voor moederdag !
“Jacqueline”, zei Sven, “ik ben je niet vergeten hoor ! Hoe zou ik je kunnen vergeten !? Zo’n vakantie als ik hier mag meemaken ! Maar ik kon die taart niet vroeger brengen. De bakker had nog niets op die taart geschreven.” Hij genoot spontaan en keek heel voldaan. Wat was ik fier ! Ik nam de doos van Sven aan. Met bevende handen opende ik de doos. Reuze-mooie taart ! En er stond niet op, zoals op vele taarten, ‘leve moeder’, maar wel “leve de vissersmaatjes !”.
Ik heb Sven in mijn armen genomen en heb geweend van geluk, samen met mijn echtgenoot. Tranen van ontroering. Ik voelde me even een ‘echte moeder’ die dag. Een onbeschrijfelijk geluk overstelpte mij dat moment.
Ik vroeg Sven hoe hij die woorden kwam. “Maar Jacqueline”, zei Sven, “jij bent toch ‘mijn vissersmaatje’ en wij zijn toch zeer goede vrienden. Ik vind deze titel mooier. Ik wilde je geen pijn doen. Ik ben je niet vergeten Jacqueline !”
Telkens wanneer het moederdag is denk ik terug aan die mooie taart. Eigenlijk was het het gebaar dat telde. Sven, de jongen met de tintelende oogjes, hij was me niet vergeten. Hij wilde niet kwetsen met een titel die op dat moment voor mij verschrikkelijk moeilijk zou zijn.
Sven is ondertussen getrouwd. Hij heeft een lieve vrouw en een schat van een kind. Hij is arts geworden. Wij zijn nog altijd vrienden. We hebben hier in onze tuin een vijver en toen hij eens langs kwam bracht hij een visje mee. Dat visje zwemt nog in onze vijver. Wij heten dat visje : Sven.
Jacqueline en William
Je kan reageren op dit verhaal op het Forum, bij verder zonder kinderen. Je dient enkel eerst gratis te registreren.