Mogelijke oorzaken bij de vrouw

Bekijk de website van je fertiliteitscentrum voor meer uitleg en raadpleeg je arts. Er zijn ook heel wat goede boeken ter beschikking over dit onderwerp. Ook de website van onze Nederlandse collega’s van Freya is heel uitgebreid en kwaliteitsvol.

Wij geven je alvast een aanzet :

Hormonale stoornissen

Stoornissen in het evenwicht of de productie van de voortplantingshormonen kunnen maken dat de vrouw maar zelden of zelfs nooit een eisprong krijgt of dat het baarmoederslijmvlies niet genoeg ontwikkelt om een bervruchte eicel goed te laten innestelen.

Hoe het normaal zou moeten

De menstruele cyclus begint de eerste dag van de maandstonden en eindigt de eerste dag van de volgende. Gewoonlijk duurt een cyclus 23 tot 35 dagen, met een gemiddelde van 28 dagen.

De eisprong of ovulatie gebeurt rond dag 14.

De periode vanaf de start van de maandstonden tot aan de eisprong wordt de ‘folliculaire fase’ genoemd. Een follikel is de plaats in de eierstok (ovarium) waar de eicel rijpt. Tijdens de folliculaire fase groeit de follikel en wordt daar het hormoon ‘oestrogeen’ geproduceerd. Dat oestrogeen stimuleert de groei van het baarmoederslijmvlies (endometrium).

De periode vanaf de eisprong tot aan de volgende maanstonden wordt de ‘luteale fase’ genoemd, naar het ‘corpus luteum’ of gele lichaampje dat zich vormt op de eierstok na de eisprong. De corpus luteum maakt een ander hormoon ‘progesteron’ aan, dat het baarmoederslijmvlies voorbereidt op de mogeljke innesteling van een bevruchte eicel (ongeveer een week na de eisprong).

Deze cyclische gebeurtenissen worden op gang gebracht door twee andere hormonen (gonadotropines) die geproduceerd worden in de hersenen, namelijk FSH (follikel-stimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon) die op hun beurt worden gestimuleerd door het gonadotropine stimulerend hormoon GnRH (gonadotropine-releasing hormoon) dat op een andere plaats in de hersenen wordt geproduceerd.

Als er een onevenwicht is of een stoornis is in de productie van deze verschillende reproductieve (voortplantings)hormonen kan dat als gevolg hebben dat er maar zelden of misschien nooit een eicel rijpt en dat men dus geen eisprong heeft.

De medische term voor een afwezige eisprong is anovulatie.

Cyclusstoornissen

Als gevolg van deze hormonale stoornissen krijgt de vrouw cyclusstoornissen waarbij de menstruatie onregelmatig wordt of zelfs helemaal uitblijft.

Mogelijke hormonale problemen die leiden tot cyclusstoornissen, verminderd aantal ovulaties of anovulatie en daardoor verminderde vruchtbaarheid, zijn:

  • er worden te weinig stimulerende hormonen geproduceerd in de hersenen door bepaalde aandoeningen of door medicatie.
  • PCO: polycysteus ovariumsyndroom (ook wel het syndroom van Stein-Leventhal genoemd) of chronische hyperandrogene anovulatie (CHA) waarbij er te veel mannelijk hormoon wordt geproduceerd wat storingen geeft in de productie van LH en FSH. Men ziet dan vaak de volgende symptomen: onregelmatige menstruatie, vergrote eierstokken, overdadige gezichts- en lichaamsbeharing, vette huid, acne en zwaarlijvigheid.
  • stoornissen in andere hormonen dan de voortplantingshormonen zoals prolactine of schildklierhormonen kunnen ook het evenwicht in de voortplantingshormonen verstoren.

De meeste van deze aandoeningen kunnen behandeld worden door aan de vrouw extra gonadotropines toe te dienen.

Verkorte luteale fase

Een ander hormonaal probleem dat niets met de eisprong te maken heeft, is dat van de insufficiënte luteale fase. Tijdens een insufficiënte of verkorte luteale fase wordt er te weinig progesteron geproduceerd door het corpus luteum of reageert het baarmoederslijmvlies onvoldoende op het progesteron dat wordt aangemaakt. Hierdoor ontwikkelt het baarmoederslijmvlies niet voldoende om een bevruchte eicel te laten innestelen en verder te laten ontwikkelen.

Deze aandoening kan de oorzaak zijn van herhaaldelijke miskramen.

Als behandeling zal de vrouw ook hormonen toegediend krijgen.

Structurele problemen

Ondoorgankelijke eileiders

De eileiders zijn beschadigd of afgesloten waardoor de zaadcellen de eicel niet kunnen bereiken. Dit kan door vroegere infecties, door verklevingen na operaties in de onderbuik of endometriose.

Endometriose

Bij vrouwen met endometriose groeit het baarmoederslijmvlies ook buiten de baarmoeder. Tijdens de menstruatie ontstaan kleine bloedingen, die voor verklevingen en cysten kunnen zorgen. Deze ontstaan dan in of op de eierstokken of de baarmoeder, waar ze een nadelige invloed op de vruchtbaarheid hebben. Maar de verklevingen en cysten kunnen ook de darmen of de blaas bereiken. Vrouwen die aan de aandoening leiden, kunnen tijdens de menstruatie ernstige pijn hebben, maar ook pijn tijdens het vrijen en pijn bij het urineren en ontlasten. Endometriose komt bij ongeveer 10% van alle vruchtbare vrouwen voor en kan een behoorlijke impact hebben op iemands leven. Daarnaast is de aandoening nog erg onbekend.

De Nederlandse vereniging voor en door endometriose patiënten heeft nu ook een Belgische poot, je vindt alle informatie op www.endometriose.be

Lees ook het artikel over endometriose dat in september 2005 verscheeen in Flair: Diagnose endometriose

Afwijkend cervixslijm

Het cervixslijm is het slijm dat in de baarmoederhals (cervix) aangemaakt wordt. In de loop van de cyclus van de vrouw verandert het slijm van samenstelling. Tijdens de vruchtbare periode wordt het dunner, gladder en doorzichtiger. Een mogelijke oorzaak van verminderde vruchtbaarheid is wanneer het slijm te taai blijft (bvb bij een infectie) en de zaadcellen daardoor de baarmoederhals niet kunnen binnendringen. Het kan ook zijn dat er in het cervixslijm antistoffen zitten tegen de zaadcellen die de zaalcellen doen samenklitten waardoor ze hun beweeglijkheid verliezen en de baarmoeder niet verder kunnen binnendringen.

Aangeboren afwijkingen

Het kan gaan om afwijkingen thv de baarmoeder, eileiders…

Vervroegde overgang (menopauze)

De vrouw kan ook op jonge leeftijd in menopauze gaan, door een nog onbekende oorzaak of door bestralingen of een chemokuur. De voorraad aan eicellen geraakt vroegtijdig uitgeput. Synoniemen zijn: premature ovariale functiestoornis, Premature Ovarian Failure – POF of ‘ageing ovary’. Dit komt vaak ook familiaal voor.

Antistoffen tegen de zaadcellen

Tot slot wordt er in medische kringen nog gesproken over de mogelijkheid dat er zich bij de vrouw antistoffen rondom de eicel kunnen bevinden waardoor de zaadcellen niet in de eicel kunnen doordringen, maar dit kan men nog niet met zekerheid bewijzen.

Het Syndroom van Turner

Het Syndroom van Turner is een chromosomale aandoening waarbij één van de twee X-chromosomen die normaal bij een vrouw aanwezig zijn, ontbreekt (gedeeltelijk of volledig) of een abnormale structuur vertoont.

Het komt voor bij 1 op 2500 meisjes en vrouwen en veroorzaakt verscheidene problemen waarvan één van de belangrijkste is: het uitblijven van de puberteitsontwikkeling en onvruchtbaarheid door onvoldoende werking van de eierstokken.

De puberteitsontwikkeling moet dus meestal opgewekt worden door een behandeling met oestrogenen, vanaf de pubertaire leeftijd; hierdoor wordt een normaal vrouwelijk uiterlijk bereikt.

Jonge vrouwen met het syndroom van Turner kunnen hun kinderwens in vervulling doen gaan door adoptie of pleegouderschap. Een medisch geassisteerde zwangerschap door middel van eiceldonatie behoort eveneens tot de mogelijkheden.

meer informatie vind je op de website van de vzw Turnerkontakt

Deze informatie is een basistekst die niet per definitie volledig is. Heb je inhoudelijke opmerkingen/bemerkingen/aanvullingen of wil je graag al dan niet anoniem je persoonlijke ervaringen ( zie ook deel je verhaal ) hieromtrent delen? Dit kan altijd door ons een mail te sturen