Eetstoornissen en vruchtbaarheid
met dank aan Jan Norré, psycholoog
Je levensstijl, meer in het bijzonder de manier waarop je met voeding, lichaam en gewicht omgaat kan je vruchtbaarheid negatief beïnvloeden. Afhankelijk van hoe fanatiek je met je uiterlijk omgaat, kan deze invloed zo sterk zijn, dat je door je levenswijze ongewild in een toestand van (tijdelijke) onvruchtbaarheid terecht komt.
We leven in een samenleving waarin ons uiterlijk een erg belangrijke rol speelt én waarbij de ons door de media voorgeschotelde modellen alleen maar onbereikbaarder worden.
Heel wat vrouwen zijn ontevreden over hun gewicht of hun figuur. Daarom volgen ze tijdens hun leven één of meerdere diëten en doen ze extra aan sport en fitness om toch maar die slanke lijn te kunnen behouden. Dit hoeft géén negatieve invloed uit te oefenen op de vruchtbaarheid. Uiteraard zijn hierin gradaties van gezond naar minder gezond.
Het in sterke mate controle willen uitoefenen op je gewicht door jezelf strenge dieetregels op te leggen, al dan niet gevolgd door een (sterke) gewichtsdaling kan aanleiding geven tot hormonale stoornissen, zelfs tot het helemaal stil vallen van de hormonale huishouding (amenorroe).
Ook het overmatig intensief sporten en bewegen kan je vruchtbaarheid verminderen. Door overmatig sporten vermindert de vetmassa in je lichaam, waardoor je ook je hormonenhuishouding stil kan vallen. Sommige vrouwen hebben er alles voor over om hun gewicht te controleren door gebruik te maken van ongezonde praktijk, zoals zelf uitgelokt braken of het veelvuldig gebruik maken van laxeermiddelen (pillen, siroop, thee).
Wanneer deze praktijken deel uitmaken van je dagelijks leven, waarmee je aangeeft dat je lichaam en gewicht prioriteit uitmaken in je leven, is de kans groot dat je worstelt met een eetstoornis of bezig bent een eetstoornis te ontwikkelen. Uit onderzoek weten we dat de realiteit van een eetstoornis een negatieve invloed heeft op zowel de psychologie van de toekomstige moeder, als op de fysieke ontwikkeling van het kind tijdens de zwangerschap. Ook tijdens de bevalling en de periode nadien kan dit voor heel wat emotionele en medische problemen zorgen.
Daarom is het belangrijk dat je eerlijk praat met je partner en/of arts over deze behoefte aan controle en deze voedingspraktijken. Immers, je hebt de neiging om deze verlangens en voedingsgewoonten voor jezelf te houden en er met niemand over te praten !
Referenties
Franko, D.L. & Spurrell, E.B. (2000). Detection and management of eating disorders during pregnancy. Obstet Gynecol, 95(6), 942-946.
Micali, N. & Schmidt, U. (2006). Managment of eating disoders in pregnancy and the puerperium. In O’Keane, V., Marsh, M. & Seneviratne, G. (eds.) Psychiatric Disorders and Pregnancy. London, Taylor & Francis, 125-142.
Morgan, J.F. (1999). Eating disorders and gynecology: knowledge and attitudes among clinicians. Acta Obstet Gynecol Scand, 78(3), 233-239.
Norré, J., Vandereycken, W. & Gordts S. (2002). Eetstoornissen en kinderwens. In Vansteenwegen, A. & van Bussel, J. (eds.) Seksuologie vandaag. Bijdragen gebundeld ter gelegenheid van het emeritaat van Prof. Dr. Piet Nijs. Leuven, Peeters Press, 137-146.