IGNIS AURUM PROBAT, MISERIA FORTES VIROS

Mijn onderschrift op DVO, misschien dat sommige lezers zich wel eens  afvroegen wat dat Latijns gezegde van Seneca voor waarde en betekenis heeft voor mij. Dit werd namelijk mijn mantra doorheen onze adoptie-wachttijd: vuur stelt goud op de proef en maakt het sterker, zo als tegenslag dit doet bij de mens.

Ik wil wel mijn/ons verhaal starten met een positieve en optimistische boodschap. Terwijl ik dit schrijf, ligt ons lang verwacht en hevig naar verlangd adoptiezoontje zijn middagdutje te doen. Hoe eindeloos en uitzichtloos de wachttijd naar je adoptiekind ook mag zijn, er komt ooit wel degelijk een einde aan. Bij ons was dit ondertussen al bijna 2 jaar jaar geleden, na ongeveer 2 jaar op de effectieve wachtlijst en 4 en een half jaar wachten van bij aanmelding bij K&G. Toen ging plots de telefoon en werden we de ouders van onze prachtige en fantastische ebbenhouten prins.

Nog al te vaak wordt adoptie nog beschouwd als een spannend avontuur. En voor een deel is het dat ook, maar adoptie, bijhorende procedure en vooral de wachttijd en zijn onzekerheid, daar is niets Madonna en Brangelina - glamoureus aan.  Adoptie is geen romantisch gedoe, het is een keiharde procedure, die heel wat emoties  en energie vergt en waar je jaren  tussen wanhoop, twijfel en onzekerheid lijkt  te balanceren over de goede afloop van de hele procedure.

Kort onze ‘aanloop’ naar adoptie

Eind 2006, toen al ruim 10 jaar een koppel waarvan 3jaar ook gehuwd, allebei een leuke job, samen een mooi huis gebouwd, dus huisje, met een tuintje en een boompje was er, en we waren dus klaar voor het vervolg, een kindje. Zeker toen 1 van mijn beste vriendinnen beviel van een zoontje, voelden we de baby – kriebels opkomen. We hadden het vroeger al wel eens gehad over kinderen en we waren het er al over eens dat we er minimum 2 wilden. In oktober 2006 werd het menens, elke maand werd er vanaf dan met spanning gewacht, en toch werd het telkens niets. Uiteindelijk zijn we toch eens te rade gegaan bij mijn gynaecologe. Zij stelde geen grote problemen vast (later bleek dat ik endometriose had en een ook half tussenschot/vlies in de baarmoeder, en manlief bleek na onderzoek ook niet de meest actieve en gezonde zwemmers te hebben) , maar ging wel de natuur een duwtje in de rug proberen geven. Toen dat ‘duwtje in de rug’ enkel slapeloosheid, opvliegers en een slecht humeur opleverde, zijn we via een vriendin bij een fertiliteitstarts terechtgekomen. Van dan af stap je in een soort medische stroomversnelling en eens je in die stroom zit, drijf je gewoon mee. Natuurlijk hoopten we dat al die moeite, al die medicatie en medische ingrepen uiteindelijk wel tot een baby zouden leiden, maar toch zijn we van bij het begin ook realistisch gebleven, we beloofden elkaar om geen eindeloze strijd te gaan leveren om toch kost wat kost  zwanger te geraken en een eigen baby te krijgen. Daarom zijn we al vrij vroeg ook beginnen nadenken over adoptie. Adoptie beschouwden we allebei als een evenwaardig alternatief om een gezin te worden. We zijn dol op kinderen en we willen heel graag een gezin en onze liefde doorgeven aan een kind, maar niet ten koste van onze relatie, of mijn gezondheid. Toen bleek dat zwanger geraken toch moeilijker zou worden dan we aanvankelijk gedacht hadden, gaan er allerlei emoties door je heen. We maakten als het ware een heel rouwproces door. We waren aanvankelijk zo boos: waarom wij? We zien elkaar zo graag, we hebben de liefde en  mogelijkheden  om een kind een goede toekomst te geven, en toch lukt het niet! We hebben ook veel verdriet gehad, veel gehoopt en ook wel jaloers geweest: op vrienden die met gemak zwanger worden, op wildvreemde zwangere vrouwen, op stelletjes met kinderwagen,… Eigenlijk is het besef dat je als koppel moeilijk of geen eigen kinderen kan krijgen, een aanslag op je toekomstbeeld, op al je plannen en dromen. Als vrouw is het bovendien ook een soort aanvaarden van het falen van je lichaam. Gelukkig had onze relatie voordien al een stevige basis en hebben we dit verdriet kunnen delen met elkaar.

Na 6 inseminaties zijn we overgegaan op IVF. Tijdens zo een stimulatie wordt je leven beheerd door doktersbezoeken, spuitjes, echo’s en bloedafnames. Op den duur verlies je zelf even het einddoel uit het oog omdat je zo intensief bezig bent met eicellen tellen en baarmoederslijmvlies meten. Steeds verleg je je grenzen, zonder verpinken spoot ik mijzelf vol met hormonen. Toen ik na een eerste IVF – poging moest worden opgenomen in het ziekenhuis wegens complicaties, nam ik dat er gewoon bij.

Van al de pogingen ( 6 iui, 2 ‘ verse’ ivf en 4 cryo embryo terugplaatsingen) ben ik 1 maal zwanger geraakt. Ongelooflijke euforie bij ons natuurlijk toen we dit vernamen. Welgeteld 3 dagen zat ik op mijn roze wolk. De landing was zeer pijnlijk toen bleek dat mijn hcg daalde in de plaats van steeg. Zeer wanhopig voelden we ons dan.

Dit gebeurde in maart 2009. Toen de volgende poging in mei ook terug negatief was, was voor ons de maat vol. het was genoeg geweest , onze emotionele en lichamelijke grens was bereikt. Ik herinner me nog goed die zondagmorgen, samen net ontbeten in bed, toen we bijna woordeloos aanvoelden dat de energie op was, de strijd voor een biologisch kind was gestreden, we waren letterlijk en figuurlijk op, een volgende poging leek ons een onmogelijke opgave. De week nadien hebben we onze aanvraag voor interlandelijke adoptie op de post gedaan.

 

We deden in augustus 2009 onze voorbereidingscursus te Merelbeke, staken er tegen alle verwachtingen in, nog veel van op en werden na het vellen van ons tussenvonnis in april 2010 uitgenodigd voor de ‘gevreesde’ caw gesprekken. Die vielen al bij al heel goed mee, we hadden 4 openhartige gesprekken over ons leven, relatie, dromen, adoptie en uiteraard –biologisch onvervulde-  kinderwens. Er kwam een lach en ook een traan aan te pas en we hadden vooral het gevoel dat de psychologen en maatschappelijk werksters van de screening polsen of je een realistische kijk hebt op adoptie, de valkuilen en problemen die kunnen optreden bij de opvoeding van een adoptiekind (h)erkent en een stabiel, liefdevol koppel bent, dat goed sociaal omringd is en beschikt over de nodige capaciteiten op pedagogisch, economisch, psychologisch en sociaal vlak.

 

In juni 2010 deden we met een glaasje bubbels in de hand een vreugdedansje door onze woonkamer. ‘Yes we can!’ riepen we al lachend: een positief advies. We hadden wel een goed gevoel gehad bij de gesprekken maar eens afgerond sloeg toch weer de onzekerheid en twijfel toe.
Natuurlijk wilden we onmiddellijk vooruit, de volgende stap nemen, ons geschikheidsvonnis halen en ons aanmelden bij FIAC, maar het gerechtelijk verlof zorgde voor een zomer vol ongeduld en verlangen. In die tussentijd hebben we ons wel nog eens verder geïnformeerd over de diverse herkomstlanden en bureaus, maar we bleven bij onze eerste keuze, ons hart ging uit naar Zuid-Afrika. We namen ons eerste contact op met FIAC en we leerden ook andere wachtende  kandidaat adoptieouders kennen. Gretig volgden we elk adoptienieuwtje op de voet.
9 september konden we dan naar de jeugdrechtbank en op 13 oktober ontvingen we ons geschikheidsvonnis. Een dag later was het al samen met ons aanmeldingsformulier op weg naar FIAC, voor de adoptie en verwelkoming van een kindje uit Zuid-Afrika.

Ondertussen had ik ook professioneel een nieuwe uitdaging gevonden. Ik werk op een dagziekenhuis waar ook mensen komen om chemotherapie en het regelmatig verplegen en bijstaan van oncologische patiënten, zorgde ervoor dat  ik een opleiding startte tot gespecialiseerde oncologische verpleegkundige. Hoe zwaar en emotioneel belastend dit ook mag klinken, werken met deze kwetsbare groep patiënten, hen ondersteunen in hun strijd tegen kanker , schenkt me veel voldoening en uitdaging.

De opleiding zorgde gelukkig voor de nodige afleiding, want een telefoontje in december 2010 naar FIAC bracht niet zo goed nieuws. Er waren heel veel aanmeldingen geweest voor Zuid-Afrika en intake op korte termijn zat er dus voorlopig niet in. Met 23 wachtenden voor ons, 10 op de effectieve wachtlijst en 13 op de pré-wachtlijst, leerde een snelle rekensom ons dat we nog zeker 2 jaar geduld zouden moeten uitoefenen vooraleer we effectief ons kindje zouden kunnen omarmen. Positief was wel dat we heel begripvol geïnformeerd werden door FIAC en dat we nu ook een zekere termijn en bijhorende gemoedsrust hadden, voorlopig.

Onze vrienden en familie waren uiteraard ook in de wolken met ons positief advies en vonnis. Ook zij begonnen al weg te dromen bij het idee van een kindje voor ons, een kleinkind, een neefje of nichtje uit Zuid-Afrika.
op 22 augustus 2011 was het eindelijk zover:  intake bij FIAC. Goed gesprek gehad met de coördinatrice van FIAC en een boel papieren meegekregen om in te vullen. Nog diezelfde avond gingen er al een deel ingevuld terug naar FIAC. Een paar weken later zat ons officiële contract in de bus, samen met een infomap over dossieropmaak en hoera: er waren slechts 9 wachtende koppels voor ons! Heel goed nieuws vonden we dit en we konden eindelijk weer eens wat gaan doen: ons dossier samenstellen. We hadden veel officiële papieren nodig, maar moesten ook een persoonlijk fotoalbum samenstellen. Op basis van dat album worden de kandidaat adoptie ouders aan de afstandsmoeders voorgesteld en worden de matchings gedaan. We wisten dat dit fotoboek een onderdeel was van het dossier en doorheen de jaren waren we al bezig geweest met ideeën van hoe het er moest gaan uitzien hadden we al tal van mooie foto’s verzameld. Dit boek samenstellen was een leuk onderdeel van de dossieropmaak, het invullen van de medische vragenlijst daarentegen vonden we heel moeilijk. Wat wel? wat niet? Waar staan we voor open? wat kunnen we aan? …heel raar om daarover te moeten nadenken en beslissen. Maar in tegenstelling tot biologisch ouderschap, kregen wij wel een zekere inspraak hierin, een zekere ‘keuze’ nu, dus we vulden elk apart die lijst in en kwamen in vele dingen overeen zo bleek, en over de twijfelgevallen hebben we ons bevraagd bij een professional (arts of psycholoog). Schuldig moesten we ons niet voelen stelde FIAC ons gerust, we moesten een zo eerlijk mogelijke lijst geven, zodat de machting op maat van ons was, op onze draagkracht, dus dat hielden we in ons achterhoofd.

Op de eerste info avond van FIAC leerden we onze mede-wachters kennen en met sommige klikte het echt meteen. Telefoon van het koppel op nummer 2 bracht ons ook vreugdevol nieuws, want na slechts enkele weken op de wachtlijst, gingen we al een plaatsje vooruit. Toen we anderhalve maand later op Zaventem stonden om hen en hun kindje te verwelkomen, droomden wij al weg van onze toewijzing en aankomst, want diezelfde week was ons vertaalde dossier verstuurd naar Zuid-Afrika. Nu was het slechts een kwestie van maanden meer, dachten we.

Uiteraard probeerden we  onze wachttijd wat aangenamer te maken, en waakten we er over  ons leven niet volledig  on hold te zetten. In het begin van de effectieve wachttijd doe je veel aan uitstelgedrag ‘we boeken geen grote reis, want stel dat ze bellen’, ‘ ik schrijf me niet in voor die of die uitstap/bijscholing/ cursus, want stel dat we dan een toewijzing hebben!’ , maar zoiets werkt echt verlammend op den duur, want daar komt dan die datum van die reis dichterbij, of die bepaalde cursus start dan toch, en die toewijzing? Die is er nog steeds niet! Heel pijnlijk en confronterend. Vandaar dat we op den duur wel iets hadden van ‘foert’, we doen waar we zin in hebben en we zien wel wanneer die telefoon komt! Ook de mensen om je heen weten op den duur ook echt niet meer wat te doen, er naar vragen, of je gerust laten, de ene keer praat je vol enthousiasme over adoptie, over een toewijzing die er net was en de volgende keer spring je bij wijze van spreken al uit je vel alleen al bij het horen van de vraag ‘en, nog geen nieuws?’ .  Gelukkig hebben we begripvolle vrienden en konden ze onze buien en moodswings wel plaatsen en begrijpen.  ‘Waar kunnen we jullie een plezier mee doen?’ kregen we als vraag. Er mogen over babbelen, zelfs over huilen, maar ook eens over vloeken en je frustraties mogen uiten. Samen met vrienden gingen we op weekend, genoten we van uitstapjes, etentjes, verwennerij’tjes met ons 2.  Als we even een dip hadden, was er wel altijd 1 bevriend koppel dat dit in de mot had en werden we prompt uitgenodigd voor een etentje of op sleeptouw genomen, hadden we een gezellige avond samen met een goede babbel. Ook het contact met de andere wachtende koppels deed deugd, om elkaar eens op te peppen, te ondersteunen, of gewoonweg eens je frustraties los te laten en te zagen, het luchtte allemaal op. Elkaar via telefoon, sms, of via sociale media op de hoogte brengen van elk nieuwtje, van verschuivingen op de wachtlijst, … op den duur raak je er echt aan verslaafd. Af en toe belden we ook eens  naar FIAC, om te polsen naar de stand van zaken, en het ene telefoontje  bracht al meer gemoedsrust dan het andere. Op info-avonden in Geel zelf was de babbel met de andere koppels en de vraag of er nog toewijzingen in het vooruitzicht waren, vaak het hoogtepunt van de avond. De eigenlijke info en voordracht was op dat moment zelfs een beetje bijzaak.
De winter werd lente en wij waren ondertussen al opgeschoven naar plaats 4. De spanning steeg en het wachten werd lastiger. Elke week werd er vol hoop uitgekeken naar een nieuwe week, de telefoon in de aanslag, maar elke vrijdag werd er gefrustreerd gezucht om weeral geen nieuws. Toen we eind augustus op de eerste plaats kwamen te staan, werd de telefoon onze trouwe bondgenoot, en grootste bron van –zwijgende- frustratie.

Bijzonder lastig werd het toen een koppel enkele plaatsen achter ons een toewijzing kreeg, het wachten maar bleef  duren. We beleefden zeer onzekere weken toen het nieuws ons bereikte dat ABBA Adoption niet langer de Zuid-Afrikaanse partner van FIAC  ging blijven. Nooit hadden we er bij stil gestaan dat in deze fase van de adoptieprocedure, zo kort voor een toewijzing alles nog kon misgaan en onze droom alsnog kon in duigen vallen.  FIAC en K&G ijverden voor hun wachtenden en we waren dan ook heel opgelucht te horen dat hun inspanningen niet volledig vruchteloos waren geweest en dat  ABBA Adoption de toestemming gekregen had  om alsnog de laatste dossiers in Zuid-Afrika af te werken vooraleer de samenwerking stopte. Na dit zenuwslopend intermezzo ging het ‘gewone’ wachten weer verder.

In juni bereikten ons hoopvolle berichten vanuit het adoptiebureau: er waren terug toewijzingen op komst en we hoopten uiteraard dat wij nu tot de gelukkigen zouden behoren.  We hadden ondertussen alles wat losgelaten (een woord waar ik de kriebels van kreeg wanneer uitgesproken door een ander), stelden niets echt meer uit, toen op maandag 29 juli 2013 om 10u09, op mijn werk, plots het Zuid-Afrikaanse volkslied uit mijn zak klonk. ‘Nee toch!!??’ mijn collega’s keken vol verwachting toe en ja hoor: ‘D. van FIAC hier,  ik heb heel goed nieuws voor jullie, een jongetje werd aan jullie toegewezen! ‘

Vreugde, opluchting, onbeschrijfelijke emoties en een golf van blijdschap gaan er door je heen op dat moment. Met trillende handen en bevende stem mijn man op de hoogte gebracht en nadien mijn mama. Nog even proberen werken, maar uiteraard lukte dat voor geen meter meer en dus met collegiale toestemming en gelukwensen naar huis gestuurd. Nog geen 14 dagen later begonnen we aan de reis van ons leven. Vier weken verbleven we uiteindelijk in Zuid-Afrika en dat waren heel waardevolle weken en naar ons gevoel legden we daar de fundamentele basis voor onze hechting. We sluiten Zuid-Afrika en zijn lieve, spontane bevolking in ons hart, maken de belofte zeker nog terug te komen, en stappen op 6 september in het vliegtuig. Die vliegreis verloopt vlot en moe maar intens gelukkig pinken we beide een traantje weg wanneer we Belgische bodem raken, een zucht van lang ingehouden spanning ontsnapt ons: we zijn thuis! Familie, vrienden en collega’s zijn massaal naar Zaventem afgezakt om ons uitbundig te verwelkomen. Heel ontroerend allemaal en onze zoon bekijkt het rustig vanuit de draagdoek.
Eenmaal thuis valt hij als een blok in slaap in zijn bedje, bij ons op de kamer.

 

En nu? Nu hoor ik door de babyfoon de woorden waar ik vaak aan getwijfeld heb of ik ze ooit wel zou horen: ‘mama!’.
Zijn we getraumatiseerd door dat lange en onzekere wachten? Neen, want we zijn weer vol goede moed aan een 2de procedure, en bijhorende resem jaren van wachten, begonnen. We hebben ons bijna onmiddellijk na aankomst aangemeld voor een tweede procedure en werden begin 2014 uitgenodigd om terug ons verzoekschrift in te dienen voor de start van een 2de adoptie. In september 2014 hadden we ons verkort maatschappelijk onderzoek, dat deze keer toch iets moeilijker bleek te zijn dan de eerste keer. Blijkbaar is een geslaagde adoptie een reden om wat strenger te gaan doorvragen en graven naar ‘verborgen’ problemen. Maar gelukkig was de psychologe van oordeel dat we goed bezig waren en dat we met de juiste ingesteldheid en intenties een tweede kindje wensen te adopteren, want we kregen opnieuw een schitterend positief advies. Na het behalen van ons geschiktheidsvonnis, hebben we nog even gewacht op de herstart van Zuid-Afrika maar ons vonnis, maar ook wijzelf worden er ook niet jonger op, ik geef toe, 37 en 38 dit jaar, niet stokoud, maar wel rijp genoeg voor een tweede kind en eindelijk een compleet gezin. En eerlijk gezegd verlangen we ook wel eens, na 10 jaar ‘strijd’ voor een gezin, naar een einde van wachten in onzekerheid, naar rust , naar een ‘gewoon’ gezinsleven. Niet meer hoeven bezig te zijn met de politieke toestand van het herkomstland, het aantal toewijzingen, de reis daar naar toe, de staat van je dossier,…. .
En....stilaan groeien we ook meer en meer in de comfi-zone van een trio, lekker eenvoudig met 1 kind, niet te veel gedoe, zalig genieten van een supergemakkelijk-wonderlijk kind, terwijl ikzelf als enig kind altijd gezworen heb mijn kind een broer of zus te schenken.

Dus, met weinig hoop op goed nieuws stuurde ik een mail naar Het Kleine Mirakel, want toen we bij hen zaten in september, zonder vonnis toen nog, waren ze echt op zoek naar ouders voor Oeganda en Guinee.  ‘Dus nu zouden die wachtlijsten al zeker eivol zitten’ dachten we. We hebben toen even ook rondgevraagd bij de koppels met reeds kinderen uit die landen en hielden ze in ons achterhoofd voor ooit. 
Maar wat een verrassing was de mail terug! Voor Oeganda konden we onmiddellijk op intake komen en starten met dossieropmaak. Nog enkele cijfers van toewijzingen sinds september en verwachtte toewijzingen en aankomsten in de nabije toekomst en het zaadje was geplant....Oeganda....gaan we het ons toch wagen?

Veel gebabbeld, rationele bedenkingen op tafel gelegd, contact gezocht met mensen op de wachtlijst nu en families die al thuis zijn met hun Oegandese schatjes, gevraagd naar hun ervaringen, moeilijkheden en oplossingen, en al even een blik geworpen op wat het dossier inhoudt.

Uiteindelijk hakten we de knoop door, en kozen we definitief voor Oeganda! We gingen enkele weken geleden op intake en zijn nu in de eindfase van onze dossieropmaak! We hopen volgend jaar een broer of zus uit Oeganda te mogen verwelkomen.

 

Ik hoop dat mijn verhaal van betekenis kan zijn voor elk wie adoptie overweegt, en een troost voor wie nu schijnbaar eindeloos aant wachten is op hun adoptiekind.

 

Liefs, DVO pixi