Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)

ICSI is een bijzondere vorm van IVF. Er wordt slechts één zaadcel gebruikt die rechtstreeks in de eicel wordt geïnjecteerd. De techniek werd in België ontwikkeld en wordt tegenwoordig wereldwijd op ruime schaal toegepast.

ICSI is vooral aangewezen bij ernstige mannelijke onvruchtbaarheid. Men heeft immers maar één zaadcel nodig om tot bevruchting te komen. Die zaadcellen kunnen desnoods via microchirurgische ingrepen rechtstreeks uit de teelballen gehaald worden. Dat kan interessant zijn als het zaadvocht van de man nauwelijks of geen beweeglijke of goed gevormde zaadcellen bevat.

Ook al biedt ICSI alleen bij mannelijke onvruchtbaarheid een meerwaarde en is het duurder dan IVF, toch wordt het tegenwoordig ook vaak ruimer toegepast.  Sommige artsen stellen deze praktijk in vraag. Critici stellen dat ICSI een natuurlijk selectiemechanisme uitschakelt waardoor minderwaardige zaadcellen , die anders nooit een eicel zouden kunnen bevruchten, toch worden gebruikt. Ook zou de techniek kunnen leiden tot onvruchtbaarheid bij de jongetjes die uit ICSI worden geboren.

Intussen zijn er wereldwijd voldoende kinderen uit ICSI geboren om hierrond onderzoek te doen. De meeste onderzoeken wijzen niet op meer afwijkingen bij ICSI-kindjes dan bij IVF-kindjes.